Welkom! op PensioenGenieten.nl, pensioen in helder Nederlands!

Middelloon/Eindloon: Dienstjaren



 

 

 


Op deze pagina lees je dat het in een middelloon- of eindloonregeling uitmaakt hoe lang je in dienst bent bij je werkgever. Je leest ook hoe dienstjaren worden bepaald.

Middelloon- en Eindloonregelingen zijn onder de Wet Toekomst Pensioenen (Wtp) niet meer toegestaan. Dus zodra jouw pensioenregeling is overgegaan naar het nieuwe pensioenstelsel, is nieuwe pensioenopbouw in een Middelloon- of Eindloonregeling niet meer mogelijk. En hebben dienstjaren geen betekenis meer.


xxx

Dienstjaren onder het nieuwe pensioenstelsel

Onder het nieuwe pensioenstelsel doen dienstjaren er niet meer toe voor de hoogte van het partner- en wezenpensioen dat ingaat bij overlijden vóór de pensioendatum.

Partnerpensioen dat ingaat bij overlijden vóór de pensioendatum, is ten hoogste 50% van het laatstgenoten pensioengevend loon. Let op: de werkgever mag dus ook minder dan 50% toezeggen!

Het wezenpensioen is voortaan ten hoogste 20% van het laatst genoten pensioengevend loon.

Er zijn drie grote veranderingen ten opzichte van het oude/huidige pensioenstelsel:

  1. De hoogte van het partnerpensioen dat ingaat bij overlijden vóór de pensioendatum wordt niet langer afhankelijk van de diensttijd bij de werkgever. Of je nu lang of kort in dienst van de werkgever bent: voor iedere deelnemer aan de pensioenregeling geldt hetzelfde percentage partnerpensioen van (ten hoogste) 50% van het pensioengevend loon.
  2. En de grondslag voor de berekening van de hoogte van het partner- en wezenpensioen wordt nu het pensioengevend loon in plaats van de pensioengrondslag.
  3. Partner- en wezenpensioen mag in het nieuwe pensioenstelsel alleen nog worden verzekerd op risicobasis, niet meer op opbouwbasis. Onder het nieuwe pensioenstelsel zit in deze pensioenen dus geen spaar-element. Dat betekent dat deze pensioenen vervallen als je uit dienst van de werkgever gaat

Onveranderd: Deze risicopremies voor het nabestaandenpensioen worden afzonderlijk betaald door de werkgever, naast de beschikbare premie voor het ouderdomspensioen en partnerpensioen dat ingaat bij overlijden na de pensioendatum.

 

50%? 20%?

De hoogte van het partnerpensioen dat ingaat bij overlijden vóór de pensioendatum is zoals hierboven uitgelegd ten hoogste 50% van het pensioengevend loon. En dat van het wezenpensioen dat ingaat bij overlijden vóór de pensioendatum is ten hoogste 20% van het pensioengevend loon. Ten hoogste! Dat is fiscaal gezien het maximum, meer mag niet van de wet.

  • De werkgever mag dus ook minder dan 50%/20% toezeggen.
  • De werkgever kan er ook voor kiezen om een deel verplicht te maken en een deel als vrijwillige aanvulling mogelijk te maken. Bijvoorbeeld voor het partnerpensioen: altijd 40% verplicht verzekerd, met de mogelijkheid voor de deelnemer om vrijwillig en voor eigen rekening 10% aanvullend te laten verzekeren. Samen is dit weer 50%.

 

Compensatie van partner- of wezenpensioen

De werkgever kan er voor kiezen om compensatie van het partner- en wezenpensioen toe te kennen. Dat kan als de verzekerde bedragen partner- en wezenpensioen in de pensioenregeling onder het oude/huidige pensioenstelsel hoger zijn/waren dan onder het nieuwe pensioenstelsel. Maar let op: het hoogste percentage blijft altijd 50%/20% van het pensioengevende loon. Dus alleen als de werkgever standaard minder dan deze 50%/20% toezegt, kan de werkgever eventueel kiezen om compensatie toe te zeggen van partner- en wezenpensioen. Tot een bedrag dat ten hoogste overeenkomt met de 50%/20% van het pensioengevende loon.

 

Dienstjaren onder het oude/huidige pensioenstelsel

‘Dienstjaren’ of ‘diensttijd’ zijn twee woorden voor hetzelfde en geeft de periode aan dat je bij deze werkgever in dienst bent. Hoe meer dienstjaren, hoe hoger je pensioen. Het beginpunt waarop je dienstjaren gaan tellen is vaak (maar niet altijd) de datum waarop je in dienst kwam bij je werkgever. Het eindpunt is altijd je pensioenrichtleeftijd. Dat is de leeftijd die in je pensioenreglement staat om met pensioen te gaan, meestal 65, 67 of 68.

xxx

Wat zijn de voornaamste perioden die meetellen als diensttijd?

Perioden van verlof tellen mee als diensttijd zolang de dienstbetrekking voortduurt. Daarbij is de aard van het verlof niet van belang. Perioden van verlof moeten echter (gedeeltelijk) buiten beschouwing blijven als het loon in die periode nihil of op een andere manier aanzienlijk lager dan gebruikelijk is. Er mag in die periode dan niet tegelijk vorming van een oudedagsreserve plaatsvinden of sprake zijn van een deelname aan een beroepspensioenregeling.

xxx
De voornaamste perioden die meetellen als dienstjaren zijn:

  1. De perioden dat de werknemer in dienstbetrekking is geweest. Onder dienstjaren wordt ook verstaan perioden al dan niet in deeltijd:
    – ouderschapsverlof;
    – sabbatsverlof gedurende ten hoogste twaalf maanden;
    – studieverlof dat door de werkgever wordt gefinancierd;
    – levensloopverlof.
  2. De dienstjaren als gevolg van waardeoverdracht van pensioenaanspraken van vorige werkgevers.

Er zijn nog enkele perioden die meetellen, maar dat voert hier te ver.

xxx

Hoe wordt je diensttijd voor pensioen bepaald?

Dienstjaren of diensttijd wordt gemeten in een beginpunt en een eindpunt:

 

Beginpunt

Dit kan zijn:

  • Dat datum waarop je in dienst kwam bij je werkgever, of
  • De (latere) datum waarop je een bepaalde leeftijd bereikte (de minimale toetredingsleeftijd, uiterlijk 21), of
  • De (latere) datum waarop je werkgever met een pensioenuitvoerder een uitvoeringsovereenkomst sloot.
    Een pensioenuitvoerder is een verzekeraar of een pensioenfonds.
    Een uitvoeringsovereenkomst is een contract tussen je werkgever en de verzekeraar of pensioenfonds. Er staat bijvoorbeeld in dat je werkgever een pensioentoezegging heeft gedaan aan zijn werknemers, dat de pensioenuitvoerder die pensioenen voor hem verzekert en dat de werkgever daarvoor premies betaalt. Een prijslijst (’tarief’) dat voor meestal vijf jaar geldt, is ook een onderdeel. Ook staat er in wat de normale werkzaamheden zijn van de pensioenuitvoerder en voor welke (extra) werkzaamheden je werkgever moet bijbetalen. Kortom: een overeenkomst voor het uitvoeren van de pensioenregeling.

Voorbeeld 1: in het pensioenreglement van je werkgever staat dat de minimale toetredingsleeftijd 18 jaar is. Stel dat je op je 17e bent gaan werken bij deze werkgever. Dan bouw je pas vanaf je 18e ouderdomspensioen op. Want je moet minimaal 18 zijn. Heb je een partner? Dan is er mogelijk alvast wel partnerpensioen verzekerd voor het geval je overlijdt. Check dat op je UPO!

Voorbeeld 2: in het pensioenreglement van je werkgever staat dat de toetredingsleeftijd van het pensioenreglement 18 jaar is. Stel dat je op je 30e bent gaan werken bij deze werkgever. Dan bouw je direct vanaf je indiensttreding ouderdomspensioen op. Want je bent al ouder dan de toetredingsleeftijd.

Voorbeeld 3: in het pensioenreglement van je werkgever staat dat de dienstjaren beginnen te tellen vanaf 1 januari 2018, of de latere datum van indiensttreding, of de latere datum waarop je 18 wordt.

Stel dat je op 1 januari 2000 bent gaan werken voor deze werkgever en toen 17 was. Dan is het beginpunt van je dienstjaren toch 1 januari 2018. Weliswaar werkte je al vanaf 2000 bij deze werkgever en was je 18 op 1 januari 2001, maar 1 januari 2018 is een vast beginpunt dat in beton gegoten is. Zeer waarschijnlijk omdat toen pas je werkgever een uitvoeringsovereenkomst sloot met de pensioenuitvoerder.

 

Eindpunt

Het eindpunt is altijd je pensioenrichtleeftijd. Dat is de leeftijd die in je pensioenreglement staat om met pensioen te gaan, meestal 65, 67 of 68. Meestal de eerste dag van de maand waarin je die pensioenrichtleeftijd bereikt. Stel dat je op 12 juli 67 wordt, dan gaat je pensioen in op 1 juli.

Maximering

In sommige oudere regelingen staat een maximering van dienstjaren. Dat betekent dat je niet meer dienstjaren kunt opbouwen boven een bepaald aantal, bijvoorbeeld 40. Ook als je 50 jaar werkt bij deze werkgever. Dit komt vrijwel niet meer voor, vanwege allerlei fiscale veranderingen.

Parttime werken, parttime dienstjaren

Als je parttime werkt, bouw je natuurlijk niet dezelfde diensttijd op als iemand die fulltime werkt. De diensttijd wordt ‘gewogen’ berekend.

Voorbeeld 1: Jij kunt bij deze werkgever 40 dienstjaren opbouwen als je fulltime zou werken. Je werkt vanaf het begin tot het eind 50% parttime. Je kunt dan maximaal 20 dienstjaren opbouwen.

Voorbeeld 2: Jij kunt bij deze werkgever 40 dienstjaren opbouwen als je fulltime zou werken. Je werkt de eerste 30 jaren fulltime, de laatste 10 jaren 50% parttime. Je kunt dan maximaal 35 dienstjaren opbouwen. Ofwel in formule:

30 + (10 x 0,5) = 35 dienstjaren.


 

Rekenvoorbeeld

Op de vorige pagina’s zijn we begonnen met een rekenvoorbeeld. Op deze en de volgende pagina’s werken we dat uit.

Stel: je pensioengevend salaris is € 54.802. Zie ook de vorige pagina’s ‘Pensioengevend loon‘ en ‘AOW-Franchise‘ en ‘Pensioengrondslag‘.

  • Heb je een middelloonregeling? Dan is de AOW-franchise die van jouw loon wordt afgetrokken minimaal € 14.802 (2022).

Je pensioengrondslag zou in dit voorbeeld € 54.802 min  € 14.802 = € 40.000 zijn.

Je opbouwpercentage zou bij pensioenrichtleeftijd 68 maximaal 1,875% per jaar zijn.

Dan bouw je dit jaar dus € 40.000 x 1,875% op. Dat is € 750.

Stel dat je 20 dienstjaren hebt. Dan is je totaal bereikbare ouderdomspensioen:

€ 40.000 x 1,875% x 20 dienstjaren = 15.000 bruto per jaar.

  • Heb je een eindloonregeling? Dan is de AOW-franchise die van jouw loon wordt afgetrokken minimaal € 16.749 (2022).

Je pensioengrondslag zou in dit voorbeeld € 54.802 min € 16.749 = € 38.053 zijn.

Je opbouwpercentage zou bij pensioenrichtleeftijd 68 maximaal 1,657% per jaar zijn.

Dan bouw je dit jaar dus € 38.053 x 1,657% op. Dat is € 630,54.

Stel dat je 20 dienstjaren hebt. Dan is je totaal bereikbare ouderdomspensioen:

€ 38.053 x 1,657% x 20 dienstjaren = 12.610,76 bruto per jaar.

 


Door naar
‘Stap 7:
Pensioen(richt)leeftijd’
Terug naar
‘Stap 5 bij
Middelloon/Eindloon:
Hoeveel procent bouw
je per jaar op?’