PensioenGenieten.nl

Uitleg: Belastingaftrek




Op deze pagina lees je over de Belasting en het aftrekken van pensioenpremie.

 


 

Inkomstenbelasting
Woon je in Nederland en heb je inkomsten? Of woon je in het buitenland en heb je in Nederland inkomsten? Dan moet je Inkomstenbelasting betalen. De wet Inkomstenbelasting 2001 regelt de belasting die we moeten betalen. De belastingdienst berekent elk jaar, door middel van je belastingaangifte, de eventuele inkomstenbelasting die je moet betalen. Daarbij houdt de belastingdienst rekening met de loonbelasting die al door je werkgever is ingehouden over je loon.

Loonbelasting
Wie in Nederland inkomsten uit arbeid ontvangt, moet loonbelasting betalen. Inkomsten uit arbeid zijn onder andere loon, AOW en pensioenuitkeringen. Over je loon houdt je werkgever de loonbelasting voor je in. Tegelijk met de loonbelasting houdt je werkgever ook de premies volksverzekeringen in. Samen heet dit de ‘loonheffing’. Je draagt de loonheffing niet zelf af aan de Belastingdienst, dat doet de werkgever namens jou. De overheid wil voorkomen dat een belastingplichtige het geld eerst ontvangt en later via zijn belastingaanslag weer moet afdragen (maar het niet meer heeft omdat het is opgemaakt).

Premie voor pensioen via je werk

Eerst even een stukje theorie: Pensioen is ‘uitgesteld loon’. Hierboven kon je lezen, dat je over loon belasting moet betalen. Dus ook over ‘uitgesteld loon’. De hoogte van dat uitgestelde loon is het bedrag van de pensioenpremie. Dus eigenlijk zou je over de pensioenpremie belasting moeten betalen.
Gelukkig hoeft dat niet. Er geldt namelijk de zogenoemde ‘omkeerregel’. Als de pensioenregeling van je werkgever keurig binnen de regels voor belastingaftrek valt, hoef je pas belasting te betalen als je de uitkeringen ontvangt. Niet nu al over de premies. Hieronder lees je hoe het in de praktijk werkt.

  • Premie onbelast
    Voor het pensioen dat je via je werk opbouwt, moet natuurlijk premie worden betaald aan de pensioenuitvoerder (pensioenfonds of verzekeraar). Meestal betaalt de werkgever eerst het hele bedrag aan de pensioenuitvoerder. Vervolgens verdeelt de werkgever meestal het betaalde bedrag tussen de werkgever en de werknemers. Het deel dat jij als werknemer betaalt, heet ‘eigen bijdrage’. Jouw eigen bijdrage in de pensioenpremie zie je terug op je loonstrook. Het deel dat je werkgever betaalt, zie je niet terug op je loonstrook. Soms staat het op je Uniform Pensioenoverzicht. Zie ook de pagina ‘Uitleg: Eigen bijdrage’.
    Je werkgever deelt het totaalbedrag dat je moet betalen als eigen bijdrage door 12, hij verdeelt het zo over 12 maanden. Vervolgens trekt hij dit (maand)bedrag elke maand via je loonstrook af van je bruto loon. Pas daarna worden van je overblijvende loon de loonbelasting en premies afgetrokken. Je betaalt daardoor minder loonbelasting en premies. Op die manier betaalt de belastingdienst ook mee aan jouw pensioen!
  • Uitkeringen belast
    In de opbouwfase van je pensioen betaal je dus minder loonheffing. Maar over de uitkeringen vanaf je pensionering moet je wel loonbelasting en premies betalen. Dat geldt ook voor je partner als na je overlijden de uitkeringen van het partnerpensioen ingaan. Maar deze loonheffing is veel minder dan in de opbouwfase. Want vanaf de ingangsleeftijd van je AOW hoef je geen AOW-premies meer te betalen, alleen nog maar premie voor de Anw en Wlz. En in de eerste schijven voor de inkomstenbelasting betaal je een lager tarief.
  • Voordeel
    Wat is nu het voordeel, als je later alsnog belasting moet betalen? Het voordeel is
    a) dat je nu meer geld overhoudt om te besteden en
    b) het verschil in tarieven van de belastingdienst tussen de opbouwfase en de uitkeringsfase. Voorbeeld:
    In de opbouwfase heeft de belastingdienst bijvoorbeeld over de tweede schijf van je inkomen (het stuk loon tussen € 20.384 en € 34.300) een tarief van 38,10%. Als je AOW krijgt, gaat dat tarief omlaag naar 20,20%. Dus betaal je:

    • in de opbouwfase 38,10% minder belasting over het bedrag van de premies die je werkgever aftrekt van je bruto maandloon
    • over de uitkeringen later maar 20,20% belasting.

Premie voor pensioen dat je zelf regelt
Heb je een pensioentekort? En heb je zelf privé een pensioenverzekering afgesloten, bijvoorbeeld een lijfrente of een pensioen dat je bijspaart in de pensioenregeling van je werk? De premies voor pensioenopbouw tot een maximum loon van € 107.593 (2019) mag je meestal aftrekken van de belasting. Het moet gaan om premies voor (een lijfrente van) ouderdoms- of nabestaandenpensioen of om een arbeidsongeschiktheidspensioen. Op de site van de belastingdienst lees je daar meer over. Hoe groter je pensioentekort, hoe meer premie je mag aftrekken van de belasting. Maar er is een maximum aan de premie die je mag aftrekken. Het hangt er namelijk vanaf hoe hoog je ‘jaarruimte’ en ‘reserveringsruimte’ zijn. Hoe hoog deze zijn, kan je uitrekenen met het ‘Hulpmiddel Lijfrentepremie vanaf 2016’ op de site van de Belastingdienst. Hoe rekent deze tool precies? Dat leg ik je hieronder uit.

  • Jaarruimte
    Je jaarruimte voor dit jaar wordt bepaald door wat je vorig jaar hebt verdiend. Dus om je jaarruimte over 2019 te berekenen in de aangifte die je uiterlijk in april/mei 2020 doet, gebruik je je financiële gegevens van 2018. De jaarruimte wordt vastgesteld met een formule. De formule van 2019 hieronder geldt voor pensioenpolissen met een pensioenleeftijd van 68 jaar.
    Jaarruimte = 13,3% * (bruto inkomen – AOW-franchise) – (6,27 x A) – F
    Moeilijk? Ik zal het je uitleggen.

    • Van je bruto jaarloon moet je € 12.129 (2018) aftrekken. Dat is de zogenoemde AOW-franchise. Over dit deel van je loon mag je geen pensioen opbouwen, omdat je daarover straks AOW krijgt. Het bedrag van de AOW-franchise verandert elk jaar, dus kijk goed welk bedrag je neemt. Je bruto jaarloon na aftrek van de AOW-franchise heet de ‘premiegrondslag’.
    • A= aangroei van het pensioen via je werk. Dit bedrag vind je terug op je UPO, het Uniform Pensioenoverzicht. Helemaal onderaan staat de ‘Factor A’.
    • F= toevoeging of onttrekking aan de fiscale oudedagsreserve FOR. Dit is alleen voor ondernemers.

Voorbeeld
Stel: Je bruto jaarloon is € 50.000. Stel dat de pensioenaangroei via je werk, de Factor A die op je UPO staat, € 492 was. De formule voor jouw jaarruimte wordt dan (in stappen uitgelegd):
Jaarruimte = 13,3% * (bruto inkomen – AOW-franchise) – (6,27 x A) – F
Jaarruimte = 13,3% * (€ 50.000 – € 12.129 euro) – (6,27 x € 492) – € 0
Jaarruimte = 13,3% * (€ 37.871) – (€ 3.085) – € 0
Jaarruimte = € 1.952

  • Reserveringsruimte
    Heb je meer premies betaald dan je binnen de jaarruimte kon aftrekken van de belasting? Dan kan je kijken of je nog stukjes jaarruimte uit vorige jaren niet gebruikt hebt. Of zelfs in een bepaald jaar helemaal geen jaarruimte hebt gebruikt voor aftrek van premies. De optelsom van al die stukjes heet ‘reserveringsruimte’. Dat bedrag kan je alsnog inzetten bij je aftrek. Er zit wel een maximum aan. Het maximale bedrag van je reserveringsruimte is het laagste van de onderstaande drie:

    • de berekening van de totale jaarruimtes over de afgelopen zeven jaar;
    • maximaal 17% van de premiegrondslag van het jaar van aftrek;
    • maximaal ongeveer € 7.254 (2019).