PensioenGenieten.nl

Uitleg: ZZP




 

 

 

 


Op deze pagina lees je over zzp-ers en pensioen. ZZP-ers zijn op deze website eigenlijk een vreemde eend in de bijt. Want deze site gaat over werknemerspensioen en zzp-ers zijn geen werknemers. Maar vooruit. Op veler verzoek.


 

Opdracht

ZZP is de afkorting voor Zelfstandigen Zonder Personeel. ZZP-ers zijn dus ondernemers. Zij verhuren zich aan bedrijven of particulieren om daar bepaalde opdrachten voor te doen. Het mag van de belastingdienst niet lijken op een dienstverband met een werkgever. Daarom moet de zzp-er een overeenkomst van opdracht sluiten met de opdrachtgever. Dan ziet de belastingdienst de relatie tussen werkgever en zzp-er niet als dienstbetrekking. En hoeft de opdrachtgever geen loonheffingen af te dragen aan de belastingdienst. Zie hieronder bij ‘Loonheffing en loon’. In 2020 zijn er ongeveer een miljoen zzp-ers in Nederland.

 

Eerst een paar cijfertjes

In 2018 zijn er 168.000 zzp-ers gestart. Ruim 10% meer dan in 2017.

De groei zit vooral in beroepen rond elektra en warmte, zonnepanelen, warmtepompen, de bouw, de gezondheidszorg en logistiek. De starters waren gemiddeld 36 jaar.

Volgens het CBS zijn gemiddeld vier op de tien zzp-ers nog actief na vijf jaar. Zes op de tien dus niet meer. Het grootste aantal stoppers is weer in dienst gegaan bij een werkgever. Vaak noodgedwongen en soms met forse schulden.

  • Ongeveer 13% van de zzp-ers heeft een uurtarief onder € 25.
  • Ongeveer 6% heeft een uurtarief onder de € 15.
  • Ongeveer 2% zit zelfs onder de € 5 per uur.

Er zijn in 2018 ook 90.000 zzp-ers gestopt.

 

Loonheffing en loon

ZZP-ers krijgen voor deze opdrachten een uurvergoeding. Van deze uurvergoeding moeten ze alles doen. Ook zelf de loonbelasting/premie volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (samen ‘loonheffingen’ genoemd) afdragen over hun inkomsten. Bij ‘gewone’ werknemers wordt dit ingehouden door hun werkgever. Bij zzp-ers zit dit opgesloten in de uurvergoeding. Ook BTW zit hier in. De uurvergoeding van zzp-ers is daarom in principe hoger dan van ‘gewone’ werknemers.
Overigens hoeft de vergoeding niet altijd per uur te zijn. Het kan ook per klus, project of opdracht.

 

(Geen) pensioen voor zzp-ers

Ook pensioen naast de AOW moeten ze zelf regelen en betalen. En daar zit een probleem.
De aanname is dat ongeveer 800.000 (!) zzp-ers niets of te weinig sparen voor hun pensioen. De overheid heeft het vermoeden dat zzp-ers zonder pensioen op de pensioendatum bij haar zullen aankloppen voor een uitkering, allerlei compensaties, speciale regelingen of kwijtscheldingen. Daarom wil de overheid het probleem tijdig helpen op te lossen.
Daar komt bij, dat sommige zzp-ers ‘schijnzelfstandigen’ worden genoemd. Deze categorie zzp-ers is min of meer gedwongen om voor zichzelf te werken. Sommige ‘werkgevers’ geven namelijk geen arbeidsovereenkomsten. Dan is werken als freelancer nog de enige optie. Deze schijnzelfstandigen zijn zzp-ers met een uurloon van minder dan € 18 en maar één opdrachtgever. Bijvoorbeeld pakketbezorgers.  Deze hebben vaak moeite om van een bruto uurloon van € 18 ook nog pensioenpremie te betalen.

xxx
ZZP-ers vaker een pensioentekort dan ‘gewone’ werknemers

Denktank en kennisnetwerk Netspar heeft een onderzoek gedaan wat het pensioeninkomen van zzp-ers wordt. Het onderzoek wees uit, dat van de zzp-huishoudens 43% de drempel van 70% van het huidige bruto-inkomen niet haalt. Deze 70% wordt soms gezien als de norm in Nederland. De problemen zitten vooral bij de middeninkomens. Ter vergelijking: van de ‘gewone’ werknemers haalt 31% de drempel niet.

 

Argumenten van zzp-er om geen pensioen op te bouwen

Er zijn verschillende argumenten van zzp-ers om geen pensioen op te bouwen. Hieronder zie je een top-10. De volgorde is willekeurig. Ben ik er een vergeten? Dan hoor ik het graag.

  1. ZZP-ers zijn zelfstandige ondernemers, van wie velen bewust hebben gekozen voor deze zelfstandigheid. Willen ze toch iets regelen? Dan willen ze de vrijheid hebben om zelf te kiezen wat, waar en hoeveel.
  2. Voor zzp-ers is er geen verplichting om pensioen te regelen. ‘Gewone’ werknemers die werken in een branche die valt onder de verplichtstelling van een bedrijfspensioenfonds, moeten bij dat fonds verplicht pensioen opbouwen.
  3. De uurvergoeding voor zzp-ers is vaak niet hoog genoeg om ook nog pensioenpremie van te betalen. Veel zzp-ers zijn financieel niet zelf-redzaam.
  4. ZZP-ers onderschatten hoeveel pensioen ze nodig hebben. Of maken de berekening niet.
  5. ZZP-ers hebben soms moeite met het betalen voor goed pensioenadvies.
  6. De inkomsten van zzp-ers gaan nogal op en neer. Sommige jaren verdienen ze heel goed, andere jaren veel minder. In magere jaren is het dan niet praktisch als je toch een vaste pensioenpremie moet betalen. Je wilt niet dat een arbeidsongeschiktheidsverzekering van € 450 tot € 600 per maand (!) een molensteen om je nek wordt. En bij onzekere inkomsten staat het regelen van pensioen niet bovenaan het lijstje.
  7. Bedrijfstakpensioenfondsen willen best zzp’ers opnemen, maar zoals hierboven geschreven is een vaste pensioenpremie niet praktisch bij een inkomen dat op en neer gaat.
  8. Sommige zzp-ers hebben niet zo veel vertrouwen in pensioenfondsen. In het bestuur van een fonds zit ook een vertegenwoordiging van deelnemers. Ook de vakbonden zitten daar in. Het gevoel van deze zzp-ers is soms, dat de vakbonden er vooral zitten voor de oudere deelnemers en/of de pensioengerechtigden.
  9. ZZP-ers zijn soms jonge mensen die niet echt bezig zijn met pensioen. Pizzabezorgers van een bepaald bedrijf dat pizza’s laat bezorgen door zzp-ers, staan echt niet stil bij hun pensioen. De inkomsten gaan op aan andere dingen. Ook ‘gewone’ werknemers zijn trouwens niet echt bezig met pensioen, maar zij krijgen niet de keus om zich al of niet aan te melden voor pensioenopbouw.
  10. ZZP-ers zijn vaak ook mensen die na jarenlang vast(e) dienstverband(en), de ene reorganisatie na de andere, in een periode van boventalligheid ervoor kiezen om voor zichzelf te beginnen. En die niet meer gaan voor een carrière (te oud bevonden) en wel aan het werk komen als zzp-er door hun ervaring. Velen hebben al wel een (klein) werknemerspensioen opgebouwd bij eerdere werkgevers. Maar met verdere pensioenopbouw zijn ze niet echt bezig. Zij proberen zelf een buffer op te bouwen en/of proberen de hypotheek af te lossen.

Je begrijpt nu, waarom de afkorting ZZP gekscherend ook wel wordt uitgelegd als ‘Zelfstandige Zonder Pensioen’.

 

Verschil van inzicht

In 2008 is door de sociale partners geprobeerd een heel nieuw pensioenstelsel voor Nederland te maken. Het onderwerp ‘zzp’ wilden ze daarin gelijk meenemen. De poging is mislukt, dus ook voor de zzp-ers is nog geen definitieve oplossing. Er was verschil van inzicht:

De vakbonden en een deel van de Tweede Kamer willen dat werkgevers verplicht ook pensioenpremie gaan betalen voor zzp-ers die zij inhuren.

Het kabinet en werkgevers willen zzp’ers wel stimuleren, maar niet verplichten om voor hun pensioen te gaan sparen.

 

Oplossingen

Natuurlijk zijn zzp-ers niet hopeloos verloren als het om pensioen gaat. Hieronder een aantal oplossingen. Mocht jij er ook nog een weten, dan hoor ik het graag.

  1. Net als andere ingezetenen van Nederland hebben ZZP-ers in ieder geval gewoon recht op AOW van de overheid. Dat is een basispensioen.
  2. ZZP-ers kunnen deelnemen aan een vrijwillige collectieve pensioenregeling voor zzp-ers. De regeling wordt gemanaged door APG, met Loyalis als belegger, en biedt volgens eigen zeggen flexibiliteit in inleg en uitkering voor de deelnemers.
  3. ZZP-ers zouden zelf een pensioenfonds kunnen oprichten, bijvoorbeeld een Algemeen Pensioen Fonds (APF) of een Premie Pensioen Instelling (ppi).
  4. ZZP-ers kunnen ook privé hun eigen pensioenverzekering regelen. Met fiscale aftrek. Bijvoorbeeld een lijfrente of een verzekering bij arbeidsongeschiktheid. Slechts 11% van de zzp’ers heeft in de afgelopen jaren een pensioenproduct gekocht.
  5. Sommige verzekeraars hebben een speciale zzp-pensioenregeling. Daar kan je elke maand zelf bepalen hoeveel je inlegt. Dus als het wat minder gaat, kan je iets minder premie betalen. Het omgekeerde kan ook: Een minimale pensioenpremie afspreken en in goede jaren bijstorten. Overigens is het zogenoemde ‘ZZP-pensioen’ dat sommige verzekeraars verkopen, meestal een normale lijfrente met een ander stickertje er op.
  6. Bank(sparen). Begin eens met normaal sparen, op de traditionele manier. Tot een bedrag van € 30.846 (2020) per persoon, en het dubbele als je een fiscale partner hebt, betaal je in box 3 geen vermogens-rendementsheffing. De rente is nihil, maar je hebt wel alle vrijheid om over je spaargeld te beschikken. Je zou er zelfs voor kunnen kiezen om je geld voor langere tijd vast te zetten (*). En als sparen lukt, waarom dan niet premie voor een pensioenverzekering?
  7. Aanmelden bij een broodfonds (voor geld bij ziekte en arbeidsongeschiktheid). Kijk maar eens op broodfonds.nl. Zoals in de bouwsector, waar onlangs door Zelfstandigen Bouw (ZBo) een ‘Arbeidsongeschiktheidsvoorziening Bouw‘ is gelanceerd, waarbij elke zzp’er zich kan aansluiten.  Volgens ZBo “ook zzp’ers die niet in de bouw werken.

(*) Let op: Je krijgt dan wel iets meer rente, maar je kunt er tijdelijk niet meer vrij over beschikken. Bovendien loop je de kans dat je niet meer onder het depositogarantiestelsel valt.

xxx

 

Update

Eind februari 2020 bereikten de sociale partners een principe-akkoord over een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp-ers. Begin maart is een definitief voorstel naar minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gestuurd. Voor de zomer van 2020 zou het definitieve wetsvoorstel naar de Tweede Kamer moeten.

Het voorstel is goed uit-onderhandeld in de Stichting van de Arbeid. Daar zitten ook zelfstandigenorganisaties Platform Zelfstandige Ondernemers en FNV Zelfstandigen aan tafel. Alle partijen liggen op één lijn. Ook een ruime meerderheid van de achterban van de FNV was het eens met het voorstel.

Het voorstel:

  • Zzp’ers verzekeren verplicht hun inkomen, tot de grens van een jaarinkomen van € 30.000 bruto. Aanvullend verzekeren is mogelijk.
  • Bij arbeidsongeschiktheid krijgen ze na een jaar wachttijd een uitkering van 70 procent van het laatst verdiende inkomen, met een maximum van € 1.650 per maand.
  • De premie hangt af van het inkomen en wordt naar verwachting tussen de € 95 en € 135 per maand.
  • Wie kiest voor een langere wachttijd, betaalt minder. Wie kiest voor een kortere wachttijd, betaalt meer.

Voor wie geldt dit?

Volgens het voorstel gaat de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering gelden voor:

  • Zelfstandigen met winst uit onderneming.
  • Beroepsbeoefenaren.
  • Directeur-Grootaandeelhouders (DGA’s) zonder personeel en meewerkende echtgenoten..

 

 

Reacties

Wil je reageren op dit stuk? Of heb je correcties of aanvullingen? Ik hoor het graag. Stuur me een e-mail of maak gebruik van het ‘reactie’ veld onderaan deze pagina.

 


Terug naar
Huis (Home)
Door naar
‘Start: wat is
pensioen?