PensioenGenieten.nl

Uitleg: UPO




UPO is een afkorting en staat voor Uniform Pensioen Overzicht.

► Een UPO is een overzicht van pensioen via de werkgever. Je krijgt per werkgever minimaal één UPO.

► Van de overheid krijg je geen UPO’s.

► Van pensioen dat je zelf privé hebt afgesloten, krijg je ook geen UPO’s.

Tot en met het UPO 2020 (over je pensioenopbouw in 2019) heeft het UPO een vaste indeling (‘format’). Alle instanties die een UPO versturen, moeten deze vaste indeling gebruiken. Ook de icoontjes (de plaatjes aan de linkerkant) moeten hetzelfde zijn. ‘Uniform’ (gelijk van vorm) dus. Zo kan je meerdere UPO’s naast elkaar leggen om te vergelijken of bij elkaar op te tellen. In 2020 maakte minister Koolmees bekend, dat hij van plan was in de pensioenwetgeving te schrappen dat pensioenuitvoerders verplicht zijn om de formats voor het UPO en de Pensioen 1-2-3 te gebruiken.

 

©Pensioenfederatie en Verbond van Verzekeraars: het logo, de iconen en formats van UPO en Pensioen 1-2-3 zijn eigendom van Pensioenfederatie en Verbond van Verzekeraars, Den Haag.

 


Hoe vaak krijg je een UPO?

► ‘Deelnemers’ krijgen elk jaar dit overzicht. Vóór 1 oktober van elk jaar moet je het hebben ontvangen of moet het klaar staan op de website van het pensioenfonds of de verzekeraar.
Je bent deelnemer wanneer je als werknemer pensioen opbouwde via de werkgever in de periode waar het UPO over gaat. Verzekeraars en pensioenfondsen noemen een ‘deelnemer’ in vaktaal ook wel een ‘actieve’ of ‘actieve deelnemer’.

Voorbeeld: je werkte in 2020 bij werkgever ‘x’. Je ontvangt een UPO als ‘deelnemer’.

► ‘Gewezen deelnemers’ krijgen één keer per vijf jaar dit overzicht. Het UPO staat ook digitaal elk jaar voor je klaar op de website van de verzekeraar of pensioenfonds.
Je bent ‘gewezen deelnemer’ wanneer je uit dienst was en geen pensioen (meer) opbouwde via de werkgever in de periode waar het UPO over gaat.
Voorbeeld: je werkte in 2019 bij werkgever ‘x’. Sinds 2020 werk je bij werkgever ‘y’. Voor het pensioen van werkgever ‘x’ ben je ‘gewezen deelnemer’ en ontvang je één keer per vijf jaar een UPO. En het staat elk jaar digitaal voor je klaar op de website van de verzekeraar of pensioenfonds. Voor het pensioen van werkgever ‘y’ ben je ‘deelnemer’ en krijg je een UPO als ‘deelnemer’.

► ‘Pensioengerechtigden’ krijgen elk jaar dit overzicht. Je bent ‘pensioengerechtigde’ wanneer je pensioen ontvangt in de periode waar het UPO over gaat. Dat kan pensioen zijn vanwege ouderdom (ouderdomspensioen), maar ook vanwege andere oorzaken. Bijvoorbeeld omdat je nabestaande bent van iemand die bij een werkgever pensioen opbouwde. Of omdat je arbeidsongeschikt bent en arbeidsongeschiktheidspensioen uit de pensioenregeling van je werkgever ontvangt.
Voorbeeld 1: je werkte tot en met 2019 bij werkgever ‘x’. In 2020 ben je met pensioen gegaan en is je ouderdomspensioen uit de pensioenregeling van je werkgever ingegaan. Je ontvangt een UPO als ‘pensioengerechtigde’.

Voorbeeld 2: je echtgenoot of echtgenote bouwde pensioen op bij werkgever ‘x’ en is inmiddels overleden. In 2020 ontving je partnerpensioen uit de pensioenregeling van de werkgever van je echtgenoot of echtgenote. Je ontvangt een UPO als ‘pensioengerechtigde’.


 

Waarom krijg ik meerdere UPO’s van dezelfde verzekeraar of pensioenfonds?

Vóór de overheid begon te schuiven met de AOW-leeftijd, ging vrijwel iedereen op z’n 65e met pensioen. Intussen is de fiscale pensioenleeftijd verschoven via 67 naar 68. Pensioen dat al was opgebouwd tot het moment dat de verzekeraar of pensioenfonds ‘over’ ging naar de nieuwe pensioenleeftijd (67 of 68), blijft staan en verandert niet meer. Nieuw pensioen, met ingangsleeftijd 67 of 68, wordt opgebouwd op een nieuwe polis.  Dan zijn er twee mogelijkheden:

► of je krijgt één UPO met daarop bij het kopje ‘Ouderdomspensioen’ de tekst:

U ontvangt:

vanaf uw 65e zolang u leeft:  bedrag ‘x’

vanaf uw 67e zolang u leeft: bedrag ‘y’

en vanaf uw 68e zolang u leeft:  bedrag ‘z’

► of je krijgt twee UPO’s:

  • Op UPO 1 staat het pensioen dat al is opgebouwd met pensioenleeftijd 65 en dat niet meer verandert.
  • Op UPO 2 staat het pensioen dat je nu opbouwt, met pensioenleeftijd 67 of 68.

 

Verzending van UPO’s

Dit kan op verschillende manieren gebeuren:

► Per post. Je krijgt je UPO op papier thuisgestuurd.

► Per mail. Je krijgt via je e-mailadres een aankondiging dat je UPO als elektronisch bestand (bijvoorbeeld een pdf) is klaargezet op een website van de verzekeraar of pensioenfonds. Daar kan je dan naar toe om je UPO te bekijken en/of te downloaden of printen.

► Per brief of andere vorm. Je krijgt een brief of iets anders, bijvoorbeeld een kaartje, thuisgestuurd. Dat is een aankondiging dat je UPO als elektronisch bestand (pdf) is klaargezet op een website van de verzekeraar of pensioenfonds. Daar kan je dan naar toe om je UPO te bekijken en/of te downloaden of printen.


 

Wat zie je staan op je UPO?

Titel: bijvoorbeeld “Uniform Pensioenoverzicht 2021, stand per 31-12-2020

► “2021” is het jaar waarin het UPO aan je is verzonden.

► “Stand per 31-12-2020″ wil zeggen de stand van het pensioen aan het eind van het jaar 2020.

Als er staat “Stand per 1-1-2020″ dan is het feitelijk de stand aan het eind van het jaar 2019.

Als er staat “Stand per 1-1-2021″ dan is het feitelijk de stand aan het eind van het jaar 2020.


Uw persoonlijke gegevens

Daarin staan:

► Je voorletters en achternaam (en mogelijk of je man of vrouw bent, bijvoorbeeld “mevrouw V.O.O.R.. Naam”

► Je geboortedatum

► De werkgever via wiens pensioenregeling dit pensioen is opgebouwd

► “….overeenkomst nr. …..” Dit is het soort pensioenregeling (er zijn meerdere Soorten pensioenregelingen) en het nummer van de pensioenregeling bij de verzekeraar of pensioenfonds

► Uw polisnummer ….. Dit is je polisnummer binnen de pensioenregeling van de werkgever.


Uw partner

Hier staan de gegevens van je (eventuele) partner.

► Als de naam en/of geboortedatum bekend is/zijn, kan/kunnen deze worden ingevuld.

► Heb je duidelijk gemeld dat je geen partner hebt? Dan staat er “Geen partner”.

► Heb je wel een partner maar is dit niet bekend bij de verzekeraar of het pensioenfonds, dan staat er “Geen partner bekend”. Meld dan je partner direct aan bij je werkgever, de verzekeraar of het pensioenfonds!

 

Wie is ‘partner’ in je pensioenregeling?

Dat staat heel precies in je pensioenreglement, meestal in een apart hoofdstuk ‘Definities’.

Hieronder zie je een voorbeeld van zo’n ‘partnerdefinitie’. Check je eigen pensioenreglement om te zien welke definitie daar staat! Die kan afwijken van wat hieronder staat.

“Partner:

  • de echtgenoot/echtgenote van de (gewezen) deelnemer of gepensioneerde;
  • de geregistreerde partner van de (gewezen) deelnemer of gepensioneerde;
  • de partner, met wie de (gewezen) deelnemer of gepensioneerde een duurzame gezamenlijke huishouding voert waarbij aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
    a. de partner is geen bloed- of aanverwant van de (gewezen) deelnemer of gepensioneerde in de eerste of tweede graad;
    b. de partner en de (gewezen) deelnemer of gepensioneerde zijn beiden ongehuwd, geen geregistreerde partner en voeren uitsluitend met elkaar en eventueel hun kinderen een duurzame gezamenlijke huishouding;
    c. de gezamenlijke huishouding moet worden aangetoond door een notarieel verleden samenlevingscontract of;
    de gezamenlijke huishouding moet aantoonbaar ten minste zes maanden aaneengesloten hebben bestaan en de partner en de (gewezen) deelnemer of gepensioneerde zijn op hetzelfde adres in de Basisregistratie Personen (BRP) ingeschreven.
    Als de pensioenuitvoerder de gezamenlijke huishouding van ten minste zes maanden niet zelf kan bepalen in de BRP, dan wordt aan de deelnemer gevraagd om een geldig bewijs te leveren.

Het huwelijk, het geregistreerd partnerschap of de gezamenlijke huishouding moet zijn aangegaan voor de pensioendatum. De (gewezen) deelnemer kan op een bepaald moment maar één partner hebben.”


Uw pensioengegevens

Pensioenuitvoerder: dit is de instantie die de pensioenregeling uitvoert (het pensioen verzekert), bijvoorbeeld de verzekeraar of het pensioenfonds.

Soort pensioenregeling: Hier staat het soort pensioenregeling (er zijn meerdere soorten pensioenregelingen)

Datum in dienst: de datum dat je bij je werkgever in dienst kwam. Dat wil zeggen, de datum die door je werkgever is opgegeven aan de verzekeraar of het pensioenfonds.

Datum start deelname: de datum dat je ging deelnemen aan de pensioenregeling. Dat is niet altijd de datum waarop je in dienst kwam bij je werkgever. Bijvoorbeeld als je op je 18e in dienst kwam bij je werkgever, terwijl je pas op zijn vroegst vanaf je 21e kon deelnemen aan de pensioenregeling.

► Pensioenleeftijd in uw regeling: de pensioenrichtleeftijd in de pensioenregeling. Dit is de leeftijd die in het reglement staat om met pensioen te gaan.

Premie die uw werkgever in 2020 afdroeg aan de verzekeraar of pensioenfonds: de totale verschuldigde jaarpremie die je werkgever heeft betaald aan de verzekeraar of het pensioenfonds. Jouw eventuele eigen bijdrage zit daar ook in.

Premie die u zelf betaalde in 2020 aan uw werkgever als eigen bijdrage:  hier staat ofwel een bedrag, ofwel een percentage van je pensioengrondslag. Maar vaak weet de pensioenuitvoerder niet hoeveel jouw eigen bijdrage was. Want dat is in feite een zaak tussen werkgever en werknemer. In dat geval staat er: “Zie uw loonstrook”. Je kunt dan zelf de pensioenpremies bij elkaar optellen die volgens je loonstroken over het betreffende jaar zijn ingehouden op je loon.

Uw loon volgens opgave: hier staat het bedrag dat je werkgever als loon over het betreffende jaar heeft opgegeven aan de verzekeraar of pensioenfonds. Hier zit een maximum aan.

Van dit loon bouwt u geen pensioen op over: hier staat het bedrag van de AOW-franchise. Bij excedent-regelingen (dat zijn aanvullende pensioenregelingen bovenop het pensioen bij een verplicht Bedrijfspensioenfonds, die vaak maar tot een maximum salaris pensioen opbouwen) staat hier het maximale loon waarover je bij het Bedrijfspensioenfonds pensioen kunt opbouwen.

Loon waarover u wel pensioen opbouwt: hier staat het bedrag van je pensioengrondslag.

Percentage jaarlijkse pensioenopbouw: bij Middelloon- en Eindloonregelingen staat hier het jaarlijkse opbouwpercentage.

Percentage dat u werkt in verhouding tot een volledig dienstverband: hier staat je eventuele parttimepercentage.

Percentage van de pensioengrondslag als beschikbare premie: Bij Beschikbare-premieregelingen staat hier het percentage premie van de pensioengrondslag dat beschikbaar is gesteld voor de opbouw van je pensioen.

Beschikbare premie: bij Beschikbare-premieregelingen staat hier het bedrag van de premie die beschikbaar is gesteld voor de opbouw van je pensioen.


 

Welk pensioen heeft u opgebouwd?

Hier vind je de pensioenvormen (bijvoorbeeld ouderdomspensioen, partnerpensioen) en de bedragen. Bijvoorbeeld:

Ouderdomspensioen

Op het UPO 2020 (over de pensioenopbouw over 2019) konden verzekeraars en pensioenfondsen nog twee keuzes maken:

► Of ze vermeldden alleen het pensioen dat je al hebt opgebouwd. Voor het pensioen dat je totaal kunt opbouwen als je bij deze werkgever blijft tot je met pensioen gaat op de pensioenrichtleeftijd (dat is de leeftijd die in het pensioenreglement staat om met pensioen te gaan), moest je naar het Pensioenregister ofwel mijnpensioenoverzicht.nl. Dat is een site van de overheid. Alle verzekeraars en pensioenfondsen moeten daar de gegevens van al hun pensioenpolissen naar toe sturen. De gegevens moeten elk kwartaal worden ververst. Je vindt hier de hoogte van je AOW en alle pensioenbedragen die via je huidige en vorige werkgevers hebt opgebouwd. Zo krijg je een goed overzicht van het pensioen dat je kan verwachten.

► Of ze vermeldden zowel het pensioen dat je al hebt opgebouwd als het pensioen dat je totaal kunt opbouwen als je bij deze werkgever blijft tot je met pensioen gaat op de pensioenrichtleeftijd. Dat is de leeftijd die in het pensioenreglement staat om met pensioen te gaan.

Vanaf het UPO 2020 wordt het pensioen vermeld dat je al hebt opgebouwd én het te bereiken ouderdomspensioen.

 

Partnerpensioen of

partner- en wezenpensioen

Wat is het verschil?

Bij partner- en wezenpensioen krijgt niet alleen je partner, maar onder voorwaarden ook je kind(eren) pensioen.

 

Van partnerpensioen zijn meerdere vormen:

nnnnnnnnnnPartnerpensioen op opbouwbasis. Dit is het icoontje met jouzelf, je partner en de portemonnee.

nnnnnnnnnnPartnerpensioen op risicobasis. Dit is het icoontje met jouzelf, je partner en de paraplu.

Wat is het verschil? In het kort:

► Partnerpensioen op risicobasis is verzekerd zolang je bij deze werkgever werkt. Het werkt eigenlijk hetzelfde als een brandverzekering. Er wordt geen waarde opgebouwd in dit partnerpensioen. Ga je uit dienst of met pensioen? Dan vervalt de verzekering van dit partnerpensioen helemaal. Het is dan belangrijk dat je zelf iets regelt voor het geval je overlijdt!

Overlijd je terwijl je in dienst bent bij de werkgever? Dan krijgt je partner elke maand partnerpensioen uitgekeerd. Tot hoelang staat op het UPO. Meestal is het zolang je partner leeft, maar soms tot jouw oorspronkelijke pensioenleeftijd. Dat heet ‘tijdelijk partnerpensioen”.

► Partnerpensioen op opbouwbasis blijft verzekerd als je uit dienst gaat, maar wordt wel (veel) lager. Er wordt waarde opgebouwd in dit partnerpensioen. Ook als je met pensioen gaat, blijft het dan opgebouwde partnerpensioen verzekerd. Tot je overlijdt. Dan gaat het partnerpensioen in, als je dan een partner hebt.

Waarom wordt het pensioen lager als je uit dienst gaat? Als je nog bij deze werkgever werkt, staat op je UPO het partnerpensioen dat je kunt opbouwen tot je met pensioen gaat op de pensioenrichtleeftijd. Je partner krijgt dit bedrag (verdeeld over 12 maanden) als je nu overlijdt. Maar als je uit dienst gaat, kan je een deel van dat bedrag niet meer opbouwen. Want je bent niet meer in dienst. Het bedrag wordt dan verlaagd tot het partnerpensioen dat werkelijk is opgebouwd.

Zie ook verschil tussen pensioen op opbouwbasis of op risicobasis.

nnnnnnnnnnPartner- en wezenpensioen op opbouwbasis. Dit is het icoontje met jouzelf, je partner, je kind en de portemonnee.

nnnnnnnnnnPartner- en wezenpensioen op risicobasis. Dit is het icoontje met jouzelf, je partner, je kind en de paraplu.

Wat is het verschil? In het kort:

► Partner- en wezenpensioen op risicobasis zijn verzekerd zolang je bij deze werkgever werkt. Het werkt eigenlijk hetzelfde als een brandverzekering. Er wordt geen waarde opgebouwd in deze partner- en wezenpensioenen. Ga je uit dienst of met pensioen? Dan vervallen de verzekeringen van partner- en wezenpensioen helemaal. Het is dan belangrijk dat je zelf iets regelt voor het geval je overlijdt!

Overlijd je terwijl je in dienst bent bij de werkgever? Dan krijgt je partner elke maand partnerpensioen uitgekeerd. Tot hoelang staat op het UPO. Meestal is het zolang je partner leeft, maar soms tot jouw oorspronkelijke pensioenleeftijd. Dat heet “tijdelijk partnerpensioen”. Ook je kind(eren) krijgen elke maand pensioen uitgekeerd, maar daar is een voorwaarde aan. Het kind moet bijvoorbeeld jonger dan 18 of 21 jaar zijn. Of jonger dan 27 als het kind studeert of arbeidsongeschikt is.

► Partner- en wezenpensioen op opbouwbasis blijven verzekerd als je uit dienst gaat, maar worden wel (veel) lager. Ook als je met pensioen gaat, blijven de dan opgebouwde partner- en wezenpensioenen verzekerd. Tot je overlijdt. Dan gaan de partner- en wezenpensioenen in, als je dan een partner en/of kind(eren) hebt. Voor kinderen gelden wel de leeftijdsvoorwaarden die hierboven staan.

Waarom worden de pensioenen lager als je uit dienst gaat? Als je nog bij deze werkgever werkt, staat op je UPO het partner- en wezenpensioen dat je kunt opbouwen tot je met pensioen gaat op de pensioenrichtleeftijd. Je partner en kind(eren) krijgen deze bedragen (verdeeld over 12 maanden) als je nu overlijdt. Maar als je uit dienst gaat, kan je een deel van dat bedrag niet meer opbouwen. Want je bent niet meer in dienst. De bedragen worden dan verlaagd tot het partner- en wezenpensioen dat werkelijk is opgebouwd.

Zie ook verschil tussen pensioen op opbouwbasis of op risicobasis.

Let op

Let op: Hier staat alleen het partnerpensioen als je overlijdt vóór je pensioenrichtleeftijd!

Het partnerpensioen bij overlijden na je pensioenrichtleeftijd staat hier niet. Een waarschuwing die je daar op attent maakt moet er bij staan.

 

 

 

Arbeidsongeschiktheidspensioen

Word je ziek? En na twee jaar ziekte zelfs (helemaal of voor een deel) arbeidsongeschikt verklaard? Dan kom je in de WIA of de WGA terecht. Daar bovenop geven sommige werkgevers een extra pensioenuitkering. Dat heet arbeidsongeschiktheidspensioen.  Dit pensioen gaat in als je na twee jaar ziekte helemaal of voor een deel arbeidsongeschikt wordt verklaar door het UWV. Dat is het Uitvoeringsorgaan Werknemersverzekeringen. Deze beoordeelt of, en in welke mate, je arbeidsongeschikt bent. De meeste verzekeraars en pensioenfondsen gaan uit van de beschikking die het UWV afgeeft over je arbeidsongeschiktheid. Van belang zijn:

► De ingangsdatum van je arbeidsongeschiktheid. De twee jaar wachttijd (dat is de twee jaar dat je ziek bent voordat je een WIA/WGA uitkering kunt krijgen) is namelijk de standaard, maar hoeft niet altijd precies twee jaar te duren. Soms is het korter.

► De mate waarin je arbeidsongeschikt bent. Het UWV kent zogenoemde ‘klassen’ van arbeidsongeschiktheid. Elke klasse heeft zijn eigen percentage uitkering.


 

Hoe zeker is uw pensioen?

In dit blok vind je twee of drie onderdelen:

  1. Het risico dat je loopt. Het gaat er om, of je pensioen vast staat of niet.
  2. Verhoging pensioen. Dit gaat over al of niet indexeren van je pensioen.
  3. Alleen als het van toepassing is: Verlaging pensioen. Dit gaat vooral over het verlagen van pensioenaanspraken of uitkeringen als de dekkingsgraad van het pensioenfonds te laag is.

 

 

 

 

De hoogte van uw pensioen staat vast / niet vast

Hier lees je welk risico je loopt dat je pensioen op de pensioenrichtleeftijd vast staat. Dus dat de hoogte al bekend is en niet afhankelijk is van onzekere factoren.

Middelloon/Eindloon: vast

Bij Middelloon- en Eindloonregelingen bij verzekeraars staat het meestal vast (er zijn enkele uitzonderingen, bijvoorbeeld CDC-regelingen). De pensioentoezegging van je werkgever is een pensioen van een bepaalde hoogte. Die hoogte wordt berekend met een formule. Op je UPO vind je terug welk ouderdomspensioen je al hebt opgebouwd en wat je totaal kunt bereiken als je bij deze werkgever blijft werken tot je pensioenrichtleeftijd.

Bij een pensioenfonds staat een middelloon- of eindloonregeling niet vast. Zie hieronder bij “Pensioenfondsen: niet vast.”

Beschikbare-premie: niet vast

Bij Beschikbare-premieregelingen staat de hoogte van je pensioen niet vast. Ongeacht of je pensioen is verzekerd bij een verzekeraar of bij een pensioenfonds. De pensioentoezegging van je werkgever is een premie. Je bouwt daarmee een kapitaal of een beleggingswaarde op. Op je pensioendatum koop je daarmee een ouderdomspensioen dat direct ingaat, en een partnerpensioen dat pas ingaat als je overlijdt. Hoeveel je kunt kopen hangt af van de tarieven van de verzekeraar op de pensioendatum, de rekenrente op de pensioendatum en de levensverwachting op dat moment. Ofwel: de inleg staat vast, de uitkomst is onzeker.

Pensioenfondsen: niet vast

Bij pensioenfondsen staat je pensioen ook niet vast. Ongeacht of je een middelloon/eindloonregeling of een beschikbare-premieregeling hebt. Je loopt kans dat je pensioenaanspraak of je uitkering wordt verlaagd als de dekkingsgraad te laag is. Dat noemen ze ‘afstempelen’. Meer daarover lees je bij de ‘Dekkingsgraad’ op de pagina ‘Pensioen 1-2-3‘.


 

Wat als het mee- of tegenzit?

Dit gaat over de toekomstige koopkracht van je pensioen.

Hierover heb ik een afzonderlijke pagina met uitleg gemaakt: zie ‘Uitleg: Koopkracht’.

 


 

 

 

 

Verhoging pensioen

Hier wordt verteld of je opgebouwde pensioen nog wordt verhoogd met indexaties. Ook wel toeslagen op pensioen genoemd.
Indexaties of toeslagen zijn extra stukjes pensioen boven op het pensioen dat je al hebt opgebouwd.
In de tekst moet iets staan over voorwaardelijkheid van de indexaties. Voorwaardelijke indexaties wil zeggen dat er een voorwaarde is waaraan eerst voldaan moet zijn. Een voorwaarde kan bijvoorbeeld zijn, dat het geven van indexaties/toeslagen afhangt van winst die de verzekeraar of pensioenfonds eventueel maakt en die dan gebruikt gaat worden voor indexaties/toeslagen. Of dat de werkgever eventueel zelf geld beschikbaar stelt voor indexaties/toeslagen en dat elk jaar opnieuw bekijkt. Indexaties/toeslagen kunnen ook onvoorwaardelijk zijn. Of voor een deel voorwaardelijk en voor een deel onvoorwaardelijk.

► Staat er bij het plaatje van het boodschappenkarretje ‘Loon‘? Dan hebben we het over welvaartsvast. Het betekent dat je pensioen (voor een deel?) wordt geïndexeerd met de gemiddelde stijging van de lonen in Nederland in een bepaalde periode.
► Staat er bij het plaatje van het boodschappenkarretje ‘Prijs‘? Dan hebben we het over waardevast. Het betekent dat je pensioen (voor een deel?) wordt geïndexeerd met de gemiddelde stijging van de prijzen in Nederland in een bepaalde periode.

Als er een mogelijkheid is dat je pensioen in de toekomst wordt geïndexeerd, dan staat er een rijtje percentages bij. Namelijk de stijging van de lonen of prijzen in de afgelopen periode, en de stijging van je pensioen in diezelfde periode. Zo kan je zien of jouw pensioen de loon- of prijsstijging heeft bijgehouden en dus zijn koopkracht heeft behouden. Of dat je aan koopkracht hebt verloren.

Als er geen indexatieregeling is, hoeven de percentages er niet te staan.

Onder de percentages moet ook nog een verwachting voor de toekomst staan.

Dit hele onderdeel ‘Verhoging pensioen’ is belangrijke informatie. Het geeft je namelijk een signaal of je zelf privé iets moet doen. Zijn de lonen of prijzen de afgelopen jaren sneller gestegen dan je pensioen? En/of wordt je pensioen naar verwachting de komende jaren niet geïndexeerd? Dan gaat de koopkracht van je pensioen achteruit. Zie ook hierboven het kopje ‘Wat als het mee- of tegenzit’. Het kan zijn dat je later tekort komt. Of dat je partner tekort komt als je overlijdt. Doe wat met dit signaal! Neem actie! Regel bijvoorbeeld extra pensioen.

 

 

 

 

Verlaging pensioen (of toekomstige pensioenopbouw)

Ook dat kan gebeuren. Maar (op een enkele uitzondering na, bijvoorbeeld CDC-regelingen) alleen bij pensioenfondsen. Als ze in de financiële problemen zitten. Er moet dan een herstelplan zijn ingediend bij De Nederlandsche Bank (DNB).
Zie hierboven bij “De hoogte van uw pensioen staat vast. Of niet.” In dat geval moet daar staan: “De hoogte van uw pensioen staat niet vast.”
In dit stukje tekst “Verlaging pensioen” moet dan informatie staan dat het pensioenfonds in bepaalde situaties je opgebouwde pensioen kan verlagen. En of ze dat al eens gedaan hebben en wat de verwachting is voor de komende jaren.


 

 

 

 

Kosten

Je pensioenfonds of verzekeraar maakt kosten om de pensioenregeling te kunnen uitvoeren. Hebben die kosten invloed op het op te bouwen pensioen? Dan staat hier hoeveel kosten er gemaakt worden per deelnemer aan deze pensioenregeling. Hebben de kosten geen invloed? Dan hoeft het hele blok ‘Kosten’ niet op je UPO te staan.


 

 

 

 

 

Als je een persoonlijk totaaloverzicht wilt

Hier staat dat je voor een persoonlijk totaaloverzicht terecht kunt op het Pensioenregister van de overheid, ofwel mijnpensioenoverzicht.nl. Hier vind je al je opgebouwde en te bereiken pensioenen van al je werkgevers én je AOW.

 

 

 

 

Wilt u meer inzicht in de keuzes die u heeft?

Hier staat waar jouw Pensioen 1-2-3 te vinden is. Een zeer nuttig document, dat meestal digitaal te raadplegen is. Het is een soort verkort pensioenreglement. Het gaat over je pensioen van je werkgever. Ook alle keuzes die je hebt in de pensioenregeling staan er. Misschien brengt het je op ideeën.

Het is ‘gelaagd’ opgebouwd. Dat betekent dat het bestaat uit drie lagen.

Laag 1: Heel in het kort wat je krijgt, wat je niet krijgt enzovoorts. Je pensioen in vijf minuten. Zeer goed leesbaar. Mag maximaal één A4-tje zijn, dat aan twee kanten is bedrukt.

Laag 2: Toelichting op de onderwerpen uit laag 1. Je pensioen in 30 minuten. Evengoed vaak prima leesbaar.

Laag 3: Het pensioenreglement, het kostenoverzicht, de Pensioenvergelijker en nog andere documenten. Hierin staat heel uitgebreid alles wat je weten wilt. Juridisch waterdicht, maar niet voor iedereen lekker leesbaar. Wel heel belangrijk, want dit is waar je werkgever en de verzekeraar of pensioenfonds van uit gaan en rechten aan ontlenen.

Elk Pensioen 1-2-3 behandelt zeven onderwerpen:
1. Wat krijgt u in deze regeling?
2. Wat krijgt u in deze regeling niet?
3. Hoe bouwt u pensioen op?
4. Welke keuzes heeft u zelf?
5. Hoe zeker is uw pensioen?
6. Welke kosten maakt de verzekeraar of pensioenfonds?
7. Wanneer moet u in actie komen?


 

 

 

 

 

Wilt u meer weten over de financiële gezondheid van <naam pensioenuitvoerder>?

(Alleen bij pensioenfondsen, niet bij pensioenverzekeraars:) Beleidsdekkingsgraad: hier staat bij Beschikbare-premieregelingen een stukje tekst over de financiële gezondheid van het pensioenfonds. Namelijk de beleidsdekkingsgraad. Lees hier meer over op de pagina ‘Uitleg: Verzekeraar/pensioenfonds/ppi.’
Op deze plek moet het percentage staan van het geld in kas ten opzichte van de pensioenverplichtingen. Pas als de beleidsdekkingsgraad 110% of meer is, mag het pensioenfonds de pensioenen indexeren.


 

 

 

 

Heeft u vragen?

Hier staat in ieder geval de naam van de website van de verzekeraar of pensioenfonds waar dit pensioen verzekerd is. En ook waar je terecht kunt met vragen over je UPO.


 

 

 

 

 

Pensioenaangroei (Factor A) in (jaartal van vorig jaar)

Dit is een belangrijk getal als je privé een verzekering zoals een lijfrente of een aanvulling bij arbeidsongeschiktheid hebt gesloten en de premies daarvan wilt aftrekken van de belasting.

  • De Factor A gaat wel over de aangroei van ouderdomspensioen dat je opbouwde bij je werkgever in een bepaald jaar.
  • De Factor A gaat niet over de aangroei van andere pensioenen dan ouderdomspensioen. Bij UPO’s over andere pensioenen, bijvoorbeeld alleen partnerpensioen of nabestaanden-overbruggingspensioen, is de Factor A nul. Sommmige verzekeraars of pensioenfondsen laten in dat geval de Factor A helemaal weg.
  • De Factor A gaat niet over je eigen bijdrage in de premie voor de pensioenregeling van je werkgever.

Je kunt maar tot een bepaald bedrag de premies die je privé hebt betaald, aftrekken van de belasting. Het hangt onder meer af van je loon en van de aangroei van je pensioen bij je werkgever. Er zijn twee prachtige formules voor, één voor Middelloon-/Eindloonregelingen en één voor Beschikbare-premieregelingen. Hoe groter de aangroei van je pensioen bij je werkgever (en dus hoe hoger de Factor A), hoe minder premies je nog kunt aftrekken bij je aangifte. Bij het invullen van je aangifte van de belastingdienst rekent het aangifte-programma al uit hoeveel premie je nog maximaal mag aftrekken. Uiteraard mag je bovendien niet méér aftrekken dan je werkelijk aan premies betaald hebt.

Ook is er nog de Lijfrentehulp, een programma van de Belastingdienst.

 

Welke Factor A gebruik je wanneer?

► We nemen als voorbeeld je ‘Uniform Pensioenoverzicht (UPO) 2021‘.

► Je UPO 2021 gaat over de pensioenopbouw in 2020. Je Factor A is dus de aangroei van het ouderdomspensioen bij je werkgever in 2020.

► Deze gebruik je op je aangifte Inkomstenbelasting (IB) over 2021, die je in 2022 doet. Vóór 1 april of 1 mei 2022 moet die aangifte binnen zijn bij de Belastingdienst.


Dit onderdeel gaat over het Netto-pensioen. Dat is pensioen dat je kunt opbouwen als je pensioengevend loon meer is dan € 110.111 (2020). Je ziet dit onderdeel alleen op je UPO staan als je (ook) werkelijk een Netto-pensioen hebt verzekerd via je werkgever. Zie de pagina ‘Pensioenvormen’ bij het kopje ‘Netto pensioen’.
Niet te verwarren met de Factor A! Die gaat alleen over het ‘normale’ ouderdomspensioen (in een bruto-pensioenregeling, voor loon tot maximaal € 110.111 (2020)).
Bij ‘Jaarruimte’ staat het bedrag dat vorig jaar aan premies is betaald voor het netto-pensioen. Bijvoorbeeld: op je UPO 2021 staat het bedrag dat aan premies voor netto-pensioen is betaald in 2020. Je hebt dit bedrag nodig als je wilt berekenen hoeveel fiscale ruimte je hebt om je pensioen aan te vullen met lijfrentes als je pensioengevend loon meer is dan € 110.111 (2020).

 


©Pensioenfederatie en Verbond van Verzekeraars: het logo, de iconen en formats van UPO en Pensioen 1-2-3 zijn eigendom van Pensioenfederatie en Verbond van Verzekeraars, Den Haag.


 

Naar pagina
‘Pensioen 1-2-3’
Terug naar Home