Welkom! op PensioenGenieten.nl, pensioen in helder Nederlands!

Uitleg: Soorten pensioenregelingen



 

Op deze pagina lees je welke soorten pensioenregelingen er zijn.

 


Soorten pensioenregelingen onder het nieuwe pensioenstelsel

 

Na invoering van de Wet toekomst pensioenen mag alleen nog maar pensioen worden opgebouwd in de soorten pensioenregelingen die hieronder staan:

  1. Solidaire premieregeling (premieovereenkomst of beschikbare-premieregeling).
  2. Flexibele premieregeling (premieovereenkomst of beschikbare-premieregeling).
  3. Premie-uitkeringsovereenkomst (premieovereenkomst of beschikbare-premieregeling).

 

Niet meer toegestaan onder het nieuwe pensioenstelsel zijn:

  1. Middelloonregeling (uitkeringsovereenkomst)
  2. Eindloonregeling (uitkeringsovereenkomst)
  3. Kapitaalregeling (kapitaalovereenkomst)

Een beetje uitleg

 

1: Wat is een Solidaire premieregeling?

De toezegging van de werkgever aan de werknemer is de jaarlijks premie die hij betaalt aan de verzekeraar of pensioenfonds, niet het uiteindelijke pensioen. De inleg is zeker, het pensioen is onzeker.

De jaarlijkse premie voor het ouderdomspensioen en partnerpensioen dat ingaat bij overlijden van de deelnemer na de pensioendatum, wordt berekend als één vlak percentage van maximaal 30% van de pensioengrondslag. Voor alle leeftijdsgroepen van deelnemers geldt één en hetzelfde percentage. Wat het uiteindelijke pensioenbedrag wordt, is afhankelijk van de hoogte van onder meer de premie, maar is niet de insteek van deze soort pensioenregelingen.

Uitzondering 1: Het kan zijn dat de werkgever bij de overgang naar een Wtp-regeling heeft gekozen voor “eerbiedigende werking“. Als de pensioenregeling (een beschikbare-premieregeling) al vóór 1 juli 2023 bestond, dan mag tot uiterlijk 1 januari 2037 nog gebruik worden gemaakt van premiestaffels in plaats van de vlakke premie van maximaal 30%. Er zijn dan wel twee pensioenregelingen naast elkaar: één voor de huidige werknemers met een stijgende premie, en één voor toekomstige werknemers met een vlakke premie. Hier lees je alles over eerbiedigende werking.

Uitzondering 2: Het kan ook zijn dat de werkgever compensatiepremie geeft. De premie voor je pensioen is onder het oude/huidige pensioenstelsel afhankelijk van je leeftijd. Dat betekent dat de premie stijgt naarmate je ouder wordt. De toekomstige inleg onder het nieuwe pensioenstelsel wordt een vlakke premie van maximaal 30% van de pensioengrondslag. Dit leidt tot minder inleg voor oudere werknemers en tot meer inleg voor jongere werknemers. Oudere werknemers kunnen hierdoor nadeel hebben.  In de Wet Toekomst Pensioenen (Wtp) is opgenomen dat groepen werknemers die nadeel hebben van de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel, voldoende gecompenseerd moeten worden. De vlakke premie van maximaal van 30% van de pensioengrondslag mag dan gedurende de compensatieperiode 3 procentpunt hoger zijn, dus 33%. Hier lees je alles over de Compensatiepremie.

Deze premie draagt de werkgever voor je af aan de verzekeraar of pensioenfonds. Deze koopt er beleggingen voor aan. Het eindkapitaal of de uiteindelijke beleggingswaarde wordt op de pensioendatum omgezet in een jaarlijks bruto pensioenbedrag. Dat jaarlijkse bruto pensioenbedrag wordt door 12 maanden gedeeld. Na inhouding van belasting krijg je elke maand je netto pensioenbedrag op je rekening.

  • Er is een collectieve (gezamenlijke) beleggingsportefeuille. Geen individuele pensioenpotjes dus.
  • De pensioenuitvoerder berekent de kans dat met de premie het pensioen wordt opgebouwd dat van te voren als doelstelling was bepaald. Aan het begin van de regeling en uiterlijk elke 5 jaar wordt dit gecheckt.
  • Het beleggingsbeleid is ook collectief: bij deze vorm wordt voor het aan- en verkopen van beleggingen alleen gekeken naar de leeftijdsopbouw van de hele groep deelnemers (ingedeeld in leeftijdsgroepen van 5 jaar), niet naar de leeftijd van elke individuele deelnemer. Die leeftijd is belangrijk. Want hoe ouder de deelnemer is tijdens het opbouwen van pensioen, hoe minder risico hij zou moeten nemen in zijn pensioenbeleggingen. De resterende tijd vóór de pensioendatum om beleggingsresultaat te halen wordt namelijk ook minder. Stel je voor dat al je pensioenbeleggingen in beleggingsfondsen zitten met een hoog beleggingsrisico. En dat je vlak voor je pensioendatum nog een onverwacht beleggingsfiasco meemaakt. Dan heb je tekort tijd om dat nog goed te maken in je pensioenbeleggingen. En valt je pensioen lager uit dan waarvan je lange tijd was uitgegaan.
    In deze variant kan het zijn dat je meer of minder risico loopt dan bij jouw individuele situatie mogelijk zou zijn.
  • De deelnemer heeft geen eigen keuze in de beleggingsfondsen of de mate waarin hij in elk fonds belegt.
  • Het rendement van de beleggingen (positief en negatief) wordt verdeeld over het pensioenvermogen en de solidariteitsreserve (zie hieronder) volgens vastgestelde regels. Deze regels moeten aansluiten bij de risico’s die passen bij elke leeftijdsgroep van 5 jaar.
  • Met de beleggingswaarde wordt op de pensioendatum altijd een variabele pensioenuitkering gekocht.
  • Een solidariteitsreserve is verplicht. Dat betekent dat een deel van de pensioenpremie wordt gebruikt voor het opbouwen van een buffer. Deze buffer kan gebruikt worden als compensatie als de beleggingen een onverwachte duik nemen.
  • Er is geen shoprecht. Je moet je beleggingswaarde op de pensioendatum dus verplicht besteden bij dit eigen pensioenfonds om een pensioenuitkering van te kopen.

2: Wat is een Flexibele premieregeling?

De toezegging van de werkgever aan de werknemer is de jaarlijks premie die hij betaalt aan de verzekeraar of pensioenfonds, niet het uiteindelijke pensioen. De inleg is zeker, het pensioen is onzeker.

De jaarlijkse premie voor het ouderdomspensioen en partnerpensioen dat ingaat bij overlijden van de deelnemer na de pensioendatum, wordt berekend als één vlak percentage van van maximaal 30% van de pensioengrondslag. Voor alle leeftijdsgroepen van deelnemers geldt één en hetzelfde percentage. Wat het uiteindelijke pensioenbedrag wordt, is afhankelijk van de hoogte van onder meer de premie, maar is niet de insteek van deze soort pensioenregelingen.

Uitzondering 1: Het kan zijn dat de werkgever bij de overgang naar een Wtp-regeling heeft gekozen voor “eerbiedigende werking“. Als de pensioenregeling (een beschikbare-premieregeling) al vóór 1 juli 2023 bestond, dan mag tot uiterlijk 1 januari 2037 nog gebruik worden gemaakt van premiestaffels in plaats van de vlakke premie van maximaal 30%. Er zijn dan wel twee pensioenregelingen naast elkaar: één voor de huidige werknemers met een stijgende premie, en één voor toekomstige werknemers met een vlakke premie. Hier lees je alles over eerbiedigende werking.

Uitzondering 2: Het kan ook zijn dat de werkgever compensatiepremie geeft. De premie voor je pensioen is onder het oude/huidige pensioenstelsel afhankelijk van je leeftijd. Dat betekent dat de premie stijgt naarmate je ouder wordt. De toekomstige inleg onder het nieuwe pensioenstelsel wordt een vlakke premie van maximaal 30% van de pensioengrondslag. Dit leidt tot minder inleg voor oudere werknemers en tot meer inleg voor jongere werknemers. Oudere werknemers kunnen hierdoor nadeel hebben.  In de Wet Toekomst Pensioenen (Wtp) is opgenomen dat groepen werknemers die nadeel hebben van de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel, voldoende gecompenseerd moeten worden. De vlakke premie van maximaal van 30% van de pensioengrondslag mag dan gedurende de compensatieperiode 3 procentpunt hoger zijn, dus 33%. Hier lees je alles over de Compensatiepremie.

Deze premie draagt de werkgever voor je af aan de verzekeraar of pensioenfonds. Deze koopt er beleggingen voor aan. Het eindkapitaal of de uiteindelijke beleggingswaarde wordt op de pensioendatum omgezet in een jaarlijks bruto pensioenbedrag. Dat jaarlijkse bruto pensioenbedrag wordt door 12 maanden gedeeld. Na inhouding van belasting krijg je elke maand je netto pensioenbedrag op je rekening.

  • Wel individuele pensioenpotjes.
  • Het beleggingsbeleid is individueel: bij deze vorm wordt voor de beleggingsrisico’s gekeken naar de leeftijd van elke individuele deelnemer. Dat noemen we een ‘lifecyle’. Die leeftijd is belangrijk. Want hoe ouder de deelnemer is tijdens het opbouwen van pensioen, hoe minder risico hij zou moeten nemen in zijn pensioenbeleggingen. De resterende tijd vóór de pensioendatum om beleggingsresultaat te halen wordt namelijk ook minder. Stel je voor dat al je pensioenbeleggingen in beleggingsfondsen zitten met een hoog beleggingsrisico. En dat je vlak voor je pensioendatum nog een onverwacht beleggingsfiasco meemaakt. Dan heb je tekort tijd om dat nog goed te maken in je pensioenbeleggingen. En valt je pensioen lager uit dan waarvan je lange tijd was uitgegaan. Bij lifecycle-beleggen wordt per individuele deelnemer het beleggingsrisico afgebouwd naarmate de deelnemer ouder wordt.
  • De deelnemer heeft in beginsel (meestal binnen een beperkt aantal fondsen) eigen keuze in de beleggingsfondsen of de mate waarin hij in elk fonds belegt. De beleggingsvrijheid kan zo beperkt of uitgebreid worden als de werkgever toestaat.
  • Met de beleggingswaarde kan op de pensioendatum een vaste of een variabele pensioenuitkering worden gekocht.
  • Een solidariteitsreserve mag, maar is niet verplicht, behalve bij een bedrijfstakpensioenfonds (daar wel verplicht). Als het verplicht is, wordt een deel van de pensioenpremie gebruikt voor het opbouwen van een buffer. Deze buffer kan gebruikt worden als compensatie als de beleggingen een onverwachte duik nemen.
  • Er is shoprecht. Met de uitkering van de beleggingswaarde kan je shoppen bij meerdere pensioenuitvoerders of banken, om te zien bij wie je het meeste pensioen krijgt. Vooraf weet je dus niet precies hoe hoog je pensioen wordt. Het pensioen dat je koopt, bestaat uit een ouderdomspensioen dat direct ingaat, en een partnerpensioen voor je partner dat pas ingaat als je na de pensioendatum overlijdt. Eventueel kan je (een deel van) het partnerpensioen ruilen voor hoger ouderdomspensioen.

3: Wat is een Premie-uitkeringsovereenkomst?

De toezegging van de werkgever aan de werknemer is de jaarlijks premie die hij betaalt aan de verzekeraar of pensioenfonds, niet het uiteindelijke pensioen. De inleg is zeker, het pensioen is onzeker.

De jaarlijkse premie voor het ouderdomspensioen en partnerpensioen dat ingaat bij overlijden van de deelnemer na de pensioendatum, wordt berekend als één vlak percentage van van maximaal 30% van de pensioengrondslag. Voor alle leeftijdsgroepen van deelnemers geldt één en hetzelfde percentage. Wat het uiteindelijke pensioenbedrag wordt, is afhankelijk van de hoogte van onder meer de premie, maar is niet de insteek van deze soort pensioenregelingen.

Uitzondering 1: Het kan zijn dat de werkgever bij de overgang naar een Wtp-regeling heeft gekozen voor “eerbiedigende werking“. Als de pensioenregeling (een beschikbare-premieregeling) al vóór 1 juli 2023 bestond, dan mag tot uiterlijk 1 januari 2037 nog gebruik worden gemaakt van premiestaffels in plaats van de vlakke premie van maximaal 30%. Er zijn dan wel twee pensioenregelingen naast elkaar: één voor de huidige werknemers met een stijgende premie, en één voor toekomstige werknemers met een vlakke premie. Hier lees je alles over eerbiedigende werking.

Uitzondering 2: Het kan ook zijn dat de werkgever compensatiepremie geeft. De premie voor je pensioen is onder het oude/huidige pensioenstelsel afhankelijk van je leeftijd. Dat betekent dat de premie stijgt naarmate je ouder wordt. De toekomstige inleg onder het nieuwe pensioenstelsel wordt een vlakke premie van maximaal 30% van de pensioengrondslag. Dit leidt tot minder inleg voor oudere werknemers en tot meer inleg voor jongere werknemers. Oudere werknemers kunnen hierdoor nadeel hebben.  In de Wet Toekomst Pensioenen (Wtp) is opgenomen dat groepen werknemers die nadeel hebben van de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel, voldoende gecompenseerd moeten worden. De vlakke premie van maximaal van 30% van de pensioengrondslag mag dan gedurende de compensatieperiode 3 procentpunt hoger zijn, dus 33%.
Hier lees je alles over de Compensatiepremie.

Deze premie draagt de werkgever voor je af aan de verzekeraar of pensioenfonds. Deze koopt er beleggingen voor aan. Het eindkapitaal of de uiteindelijke beleggingswaarde wordt op de pensioendatum omgezet in een jaarlijks bruto pensioenbedrag. Dat jaarlijkse bruto pensioenbedrag wordt door 12 maanden gedeeld. Na inhouding van belasting krijg je elke maand je netto pensioenbedrag op je rekening.

Deze variant kan niet worden uitgevoerd door een PPI (premie-pensioeninstelling).

  • Wel individuele pensioenpotjes.
  • Het beleggingsbeleid is individueel: bij deze vorm wordt voor de beleggingsrisico’s gekeken naar de leeftijd van elke individuele deelnemer. Dat noemen we een ‘lifecyle’. Die leeftijd is belangrijk. Want hoe ouder de deelnemer is tijdens het opbouwen van pensioen, hoe minder risico hij zou moeten nemen in zijn pensioenbeleggingen. De resterende tijd vóór de pensioendatum om beleggingsresultaat te halen wordt namelijk ook minder. Stel je voor dat al je pensioenbeleggingen in beleggingsfondsen zitten met een hoog beleggingsrisico. En dat je vlak voor je pensioendatum nog een onverwacht beleggingsfiasco meemaakt. Dan heb je tekort tijd om dat nog goed te maken in je pensioenbeleggingen. En valt je pensioen lager uit dan waarvan je lange tijd was uitgegaan. Bij lifecycle-beleggen wordt per individuele deelnemer het beleggingsrisico afgebouwd naarmate de deelnemer ouder wordt.
  • De deelnemer heeft geen eigen keuze in de beleggingsfondsen of de mate waarin hij in elk fonds belegt. Het aanbod van fondsen verschilt per pensioenuitvoerder. En altijd wordt belegd op basis van lifecycle-beleggen. Bij lifecycle-beleggen wordt per individuele deelnemer het beleggingsrisico afgebouwd naarmate de deelnemer ouder wordt
  • Met de beleggingswaarde kan op de pensioendatum een vaste of een variabele pensioenuitkering worden gekocht. Maar ook kan op verzoek van de deelnemer vanaf 15 jaar vóór de AOW-leeftijd al begonnen worden met het omzetten van een deel van de premie of een deel van de beleggingswaarde naar een vastgestelde pensioenuitkering. Er wordt nog niet daadwerkelijk pensioen uitgekeerd, maar wel vastgelegd dat deel ‘x’ van de beleggingswaarde met zekerheid bedrag ‘y’ aan pensioenuitkering zal opleveren vanaf de pensioendatum.
  • Een solidariteitsreserve mag, maar is niet verplicht, behalve bij een bedrijfstakpensioenfonds (daar wel verplicht). Als het verplicht is, wordt een deel van de pensioenpremie gebruikt voor het opbouwen van een buffer. Deze buffer kan gebruikt worden als compensatie als de beleggingen een onverwachte duik nemen.
  • Er is shoprecht. Met de uitkering van de beleggingswaarde kan je shoppen bij meerdere pensioenuitvoerders of banken, om te zien bij wie je het meeste pensioen krijgt. Vooraf weet je dus niet precies hoe hoog je pensioen wordt. Het pensioen dat je koopt, bestaat uit een ouderdomspensioen dat direct ingaat, en een partnerpensioen voor je partner dat pas ingaat als je na de pensioendatum overlijdt. Eventueel kan je (een deel van) het partnerpensioen ruilen voor hoger ouderdomspensioen.

 

Soorten pensioenregelingen onder het oude/huidige pensioenstelsel

In het oude pensioenstelsel zijn er drie hoofdsoorten pensioenregelingen. Bepalend is de toezegging die de werkgever doet aan zijn werknemers. De drie hoofdsoorten zijn:

Uitkeringsovereenkomst of ‘Salaris/diensttijd’-regelingen

Je pensioen hangt af van je salaris, je dienstjaren en het opbouwpercentage per dienstjaar. Elk jaar wordt een stukje pensioen ingekocht. Bij zowel middelloon als eindloon is je uiteindelijke pensioen een optelsom van alle stukjes pensioen die je elk dienstjaar opbouwt. Bij middelloon is elk stukje opgebouwd pensioen gekoppeld aan het salaris van dat jaar. Bij eindloon ook, maar als je salaris stijgt wordt steeds elk achterliggend stukje opgebouwd pensioen ‘opgewaardeerd’ aan de hand van je laatstverdiende salaris.

Uitleg:

De toezegging van de werkgever aan de werknemer is het uiteindelijke pensioenbedrag. De hoogte van je pensioen is zeker. De verzekeraar of pensioenfonds berekent dit volgens een vaste formule. Bijvoorbeeld een bepaald percentage per dienstjaar over je pensioengrondslag. Wat het uiteindelijk kost, is afhankelijk van de hoogte van de verzekerde pensioenen, maar is niet de insteek van deze soort pensioenregelingen.

Omdat de uiteindelijke ‘benefit’ (het pensioen) wordt beschreven (‘gedefinieerd’), heet dit ook wel ‘defined benefit’. Voorbeelden zijn een Middelloonregeling of een Eindloonregeling. In de jaren 1990 werd ‘eindloon’ al steeds vaker vervangen door ‘middelloon’. Dat komt omdat ‘eindloon’ vrij duur is vanwege het ‘opwaarderen’ van achterliggend opgebouwd pensioen als je loon stijgt. ‘Middelloon’ heeft dat niet en is daarom goedkoper. Vanaf begin deze eeuw werd ‘middelloon’ steeds vaker vervangen door ‘beschikbare-premie’. Uitleg over hoe eindloon- en middelloonregelingen werken vind je hier.

Middelloon- en Eindloonregelingen zijn onder de Wet Toekomst Pensioenen (Wtp) niet meer toegestaan. Dus zodra jouw pensioenregeling is overgegaan naar het nieuwe pensioenstelsel, is nieuwe pensioenopbouw in een Middelloon- of Eindloonregeling niet meer mogelijk.


Kapitaalovereenkomst

De toezegging van de werkgever aan de werknemer is een uiteindelijk kapitaal. Dit wordt berekend volgens een vaste formule. De bedoeling is dat het kapitaal op de einddatum genoeg is om pensioen van een vooraf bepaalde hoogte te kunnen kopen. Met de hoogte van het kapitaal wordt een bepaald doel nagestreefd. Daarom spreekt men wel van ‘doelkapitaal’.

De verzekeraar of het pensioenfonds verzekert het Kapitaal. Het eindkapitaal wordt op de pensioendatum omgezet in een jaarlijks bruto pensioenbedrag. Dat jaarlijkse bruto pensioenbedrag wordt door 12 maanden gedeeld. Na inhouding van belasting krijg je elke maand je netto pensioenbedrag op je rekening.

Komt niet veel voor.

Kapitaalregelingen zijn onder de Wet Toekomst Pensioenen (Wtp) niet meer toegestaan. Dus zodra jouw pensioenregeling is overgegaan naar het nieuwe pensioenstelsel, is nieuwe pensioenopbouw in een Kapitaalregeling niet meer mogelijk.


Premieovereenkomst of Beschikbare-premieregelingen

Nadat jouw pensioenregeling is overgegaan naar het nieuwe pensioenstelsel, uiterlijk op 1 januari 2028, is dit de enige soort pensioenregeling die nog is toegestaan. Met uitzondering van de staffel.

De toezegging van de werkgever aan de werknemer is de jaarlijks premie die hij betaalt aan de verzekeraar of pensioenfonds, niet het uiteindelijke pensioen. De inleg is zeker, het pensioen is onzeker.

De jaarlijkse premie wordt tot uiterlijk 1 januari 2028 (de uiterste ingangsdatum van het nieuwe pensioenstelsel onder de Wtp) berekend volgens een ‘staffel’. Dat is een tabel waarin per groepen van leeftijden een premiepercentage over je pensioengrondslag staat. Bijvoorbeeld: leeftijden 25 t/m 29 krijgen 6% premie toegezegd over hun pensioengrondslag. Wat het uiteindelijke pensioenbedrag wordt, is afhankelijk van de hoogte van onder meer de premie, maar is niet de insteek van deze soort pensioenregelingen.

Deze premie draagt de werkgever voor je af aan de verzekeraar of pensioenfonds. Deze verzekert voor die premie (soms) een Kapitaal of (meestal) koopt er beleggingen voor aan. Het eindkapitaal of de uiteindelijke beleggingswaarde wordt op de pensioendatum omgezet in een jaarlijks bruto pensioenbedrag. Dat jaarlijkse bruto pensioenbedrag wordt door 12 maanden gedeeld. Na inhouding van belasting krijg je elke maand je netto pensioenbedrag op je rekening.

Omdat de toegezegde ‘contribution’ (toezegging van de werkgever in de vorm van premie) wordt beschreven (‘gedefinieerd’), heet dit ook wel ‘defined contribution’. Voorbeelden zijn (soms) Kapitaal bij Leven of (meestal) Belegpensioen.

Sinds het begin van deze eeuw is dit de meest toegezegde hoofdsoort (‘Beschikbare-premie’). Daarbinnen is de variant ‘belegpensioen’ de meest toegezegde soort pensioenregeling.

 

De aanspraak op pensioen op de pensioendatum is:

  • de aanspraak op een eenmalig pensioenkapitaal. Bijvoorbeeld een eenmalig kapitaal als je in leven bent op de pensioendatum. Deze verzekeringsvorm komt niet veel meer voor.

De uitkering komt uit een pensioenverzekering van bijvoorbeeld ‘Kapitaal bij Leven’. De eenmalige uitkering van het kapitaal moet je verplicht omzetten in periodieke (meestal maandelijkse) pensioenuitkeringen. Je krijgt als het ware* een zak geld waarmee je kunt shoppen bij meerdere pensioenverzekeraars of banken, om te zien bij wie je de hoogste maandelijkse uitkeringen krijgt. Vooraf weet je dus niet precies hoe hoog je pensioen wordt. Het pensioen waarin je het kapitaal omzet, bestaat uit een ouderdomspensioen dat direct ingaat, en een partnerpensioen dat pas ingaat als je na de pensioendatum overlijdt.

of

  • de aanspraak op een eenmalige uitkering van een beleggingswaarde uit een belegpensioen. Dit is de meest voorkomende vorm van beschikbare-premieregelingen.

De uitkering komt uit een beleggingsverzekering. Bijvoorbeeld een pensioenverzekering van ‘belegpensioen’. De eenmalige uitkering van de beleggingswaarde moet je verplicht omzetten in periodieke (meestal maandelijkse) pensioenuitkeringen. Je krijgt als het ware* een zak geld waarmee je kunt shoppen bij meerdere pensioenverzekeraars of banken, om te zien bij wie je de hoogste maandelijkse uitkeringen krijgt. Vooraf weet je dus niet precies hoe hoog je pensioen wordt. Het pensioen waarin je de beleggingswaarde omzet, bestaat uit een ouderdomspensioen dat direct ingaat, en een partnerpensioen dat pas ingaat als je na de pensioendatum overlijdt.

 

*Als het ware: je krijgt de ‘zak geld’ niet werkelijk in handen. Je hoort van de pensioenverzekeraar, kort voordat je met pensioen gaat, hoe hoog het eenmalige bedrag is. Daarmee ga je shoppen om te kijken wie de hoogste maandelijkse uitkering geeft voor het eenmalige bedrag. Dat kan diezelfde verzekeraar zijn, maar ook een andere. Of een bank. Je mag (binnen wettelijke regels) zelf kiezen. Als je je keuze hebt gemaakt, boekt de verzekeraar het geld naar die instantie over. Die stort daarna elke maand de uitkering op je rekening, onder (verplichte) inhouding van loonbelasting en premies.

 

Uitleg over hoe beschikbare-premieregelingen werken vind je hier.


 

Behalve de bovenstaande pensioenaanspraken bij pensionering zijn er vaak aanvullende aanspraken op pensioen vóór de pensioendatum. Bijvoorbeeld partner- en wezenpensioen als je overlijdt. En arbeidsongeschiktheidspensioen en premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid als je arbeidsongeschikt wordt.


 

Bruto of netto?

Om het makkelijk te maken is er ook nog verschil tussen ‘bruto’ en ‘netto’. Bijvoorbeeld een ‘bruto uitkeringsovereenkomst’.

De meest voorkomende vorm is ‘bruto‘. Dat betekent dat het pensioenbedrag bruto is, waarna de uitkerende verzekeraar of pensioenfonds nog belasting inhoudt over de uitkering. Op je rekening ontvang je dan het netto bedrag. De premie die voor deze pensioenen wordt betaald is ook bruto. Dat betekent dat de werkgever de premie mag aftrekken als kosten van zijn bedrijfswinst. Zijn bedrijfswinst is dus lager en dat scheelt in de berekening van zijn bedrijfsbelasting door de belastingdienst. Ook jij als werknemer mag de premie aftrekken. Dat gebeurt automatisch op je loonstrook. Als je een eigen bijdrage betaalt voor het pensioen, dan wordt deze op je loonstrook afgetrokken van je bruto loon. Je loon is dus lager voordat er loonbelasting over wordt geheven. Dat scheelt je loonbelasting.

Vanaf 1 januari 2015 mag er volgens nieuwe belastingregels geen nieuw pensioen meer opgebouwd worden over loon boven € 100.000 (2015). Inmiddels is dit bedrag geïndexeerd naar € 137.800 (2025). De premie van pensioen dat daarboven wordt opgebouwd (‘extra pensioen’), is niet meer aftrekbaar van de belasting. Niet voor de werkgever en niet voor jou als werknemer. Van de uitkeringen wordt ook geen belasting afgetrokken. Daarom heet dit ‘netto‘ pensioen. Lees hierover meer op de pagina ‘Uitleg: pensioenvormen‘ onder het kopje ‘Netto pensioen’.

Door naar
‘Algemeen: pensioenvormen’
Terug naar
‘Start: Wat is pensioen?’