PensioenGenieten.nl

Uitleg: AOW en Anw




 

 

 


Op deze pagina lees je welk inkomen je kunt krijgen van de overheid vanaf je AOW-leeftijd. En welk inkomen je partner kan krijgen van de overheid vóór zijn of haar AOW-leeftijd als jij bent overleden.


xxx

Deze site gaat over inkomen uit pensioen van je werkgever. Daarom ga ik op deze pagina slechts zeer beperkt in op inkomen van de overheid. Wil je na deze informatie meer weten over inkomen van de overheid? Dan verwijs ik je door naar de sites die de overheid hier zelf over gemaakt heeft. Daar vind je alle punten en komma’s.

 

Inkomen van de overheid: eerste pijler

Er zijn vier soorten inkomen in geval van ouderdom, overlijden en arbeidsongeschiktheid. Dit worden ook wel de vier ‘pijlers (pilaren) onder het pensioengebouw’ genoemd.

Inkomen van de overheid is de ‘eerste pijler’. Inkomen uit je pensioen van de werkgever is de ’tweede pijler’.

Hieronder lees je meer over de eerste pijler: inkomen van de overheid.

 

 

 

 

Basisbescherming door de overheid

De overheid geeft een basisbescherming tegen de financiële gevolgen van ouderdom, overlijden en arbeidsongeschiktheid. Deze bescherming bestaat uit:

  • De Algemene Ouderdomswet (AOW)
  • De Algemene nabestaandenwet (Anw)
  • De Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA).

Uitleg over de eerste twee vind je op deze pagina. Uitleg over de WIA vind je op een afzonderlijke pagina.

Waarom ‘basisbescherming’: de uitkeringen uit de ‘eerste pijler’ zijn vaak gebaseerd op het minimumloon, of hebben een bovengrens. De meeste mensen hebben er niet genoeg aan.

Daarom komt de ’tweede pijler’ om de hoek kijken: aanvullende pensioenen van de werkgever.

 


AOW en Anw van de overheid


Bij ouderdom: de AOW

Wanneer ben je verzekerd voor de AOW?

De AOW heeft als doel ‘Nederlandse ingezetenen’ te beschermen tegen de financiële gevolgen van ouderdom. Een ‘Nederlandse ingezetene’ is iedereen die in Nederland woont. Daarbij wordt gekeken naar de werkelijke situatie. Iemand die wel staat ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie, maar het hele jaar in het buitenland verblijft, is niet verzekerd voor de AOW.

Daarnaast zijn er nog enkele speciale groepen die ook verzekerd zijn en enkele uitzonderingen die niet verzekerd zijn.

 

Hoeveel bouw je per jaar op?

Dat was een strikvraag. Je bouwt voor de AOW namelijk niets op. Je hebt geen eigen potje geld voor ouderdomspensioen zoals bij het pensioen van je werkgever. De AOW-uitkeringen in een bepaald jaar worden betaald door de mensen die sociale verzekeringspremies afdragen in dat jaar. Dat heet ook wel het ‘omslagstelsel’. Het pensioen van je werkgever, waar je een echt ‘potje geld’ voor ouderdomspensioen opbouwt, heet ‘kapitaalstelsel’.

Toch kan je wel bepalen of je later 100% AOW krijgt of minder. Voor iedere ingezetene (zie boven) wordt 2% per jaar verzekerd. In de 50 jaar voorafgaand aan je AOW-ingangsleeftijd bouw je 50 jaar x 2% = 100% van je AOW op. Heb je in het buitenland gewoond of gewerkt? Dan word je 2% gekort voor elk jaar dat je geen ingezetene was. Met name immigranten lopen hier tegenaan. Zij hebben vaak niet hun hele arbeidzame leven in Nederland gewoond en worden daarom gekort op de AOW-uitkering. Overigens kunnen zij vaak wel verzekeringsjaren inkopen voor een eenmalig bedrag.

 

Wanneer gaat je AOW in?

Je hebt recht op je AOW-uitkering vanaf de eerste dag waarop je de AOW-ingangsleeftijd hebt bereikt. Feitelijk krijg je je geld aan het einde van die maand.

De AOW-uitkering stopt als je overlijdt. Daarna hebben je nabestaanden nog recht op een eenmalige overlijdensuitkering van een maand.

De ingangsleeftijd van de AOW was voorheen voor iedereen 65 jaar. Maar omdat we inmiddels langer leven dan toen de AOW werd bedacht, moest er steeds langer uitgekeerd worden. De levensverwachting van 65-jarigen is sinds de jaren vijftig, toen de AOW werd ingevoerd, met ruim vijf jaar opgelopen. Daarvan is nog niet de helft gecompenseerd door de stijging van de AOW-leeftijd. Bovendien zijn er veel meer ouderen dan in de jaren vijftig, wat de AOW ook kostbaarder maakt. Daarmee zijn de kosten van de AOW flink omhoog gegaan en zou de premie steeds hoger worden. Om de AOW betaalbaar te houden, moesten er keuzes worden gemaakt. De bedragen lager, of de uitkering korter door de ingangsleeftijd uit te stellen. Er is gekozen voor het laatste.

De overheid gaat er in haar berekeningen van uit, dat iemand ongeveer 18 jaar een AOW-uitkering ontvangt. Het moment van overlijden ligt tegenwoordig op steeds latere leeftijd. Bij gelijkblijvende duur van de uitkering van 18 jaar, werd gekozen om de AOW-ingangsleeftijd eerst te verhogen van 65 jaar 67 en daarna mee te laten schuiven met de levensverwachting. Concreet: de AOW-ingangsleeftijd zou tot 2021 in stapjes stijgen van 65 naar 67 jaar. Vanaf 2022 zou de AOW-ingangsleeftijd worden gekoppeld aan de levensverwachting. Zou, want in het Pensioenakkoord 2019 is inmiddels afgesproken dat de AOW-leeftijd in ieder geval voor 2020 en 2021 wordt bevroren op 66 jaar en 4 maanden. Hiervoor is een wetswijziging ingediend. Vanaf 2022 stijgt de AOW-leeftijd in stappen naar 67 jaar in 2024. Daarna wordt de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting. Voor ieder jaar dat we gemiddeld ouder worden, moeten we acht maanden langer doorwerken. Lees ook de pagina ‘Pensioenakkoord 2019’. En inmiddels is dit neergelegd in een wetsvoorstel.

p.s.: Het aanpassen van de AOW-leeftijd deed het ministerie van Sociale Zaken altijd vijf jaar van tevoren op basis van cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In 2017 bleek al dat de AOW-leeftijd in 2022 naar 67 jaar en drie maanden zou gaan, maar in 2023 niet verder omhoog hoefde. Want uit de cijfers van het CBS kunnen altijd onverwachte verrassingen komen. Zo is de levensverwachting voor 2023 niet gestegen omdat er een griepgolf is geweest. Ook voor 2024 hoefde de AOW-leeftijd niet omhoog. De levensverwachting van 65-jarigen loopt weliswaar weer op, maar niet zo hard dat de AOW-leeftijd ook verder omhoog moest. Een 65-jarige heeft een levensverwachting van 20,63 jaar. Dat is twee weken meer dan in 2017 nog werd verwacht. Bij een levensverwachting van 20,76 jaar zou de AOW-leeftijd opnieuw omhoog moeten. Maar dat is dus achterhaald door het Pensioenakkoord 2019. Hierdoor stijgt de AOW-leeftijd minder snel.
Ook voor 2025 gaat de AOW-leeftijd niet verder omhoog. Op 1 november 2019 meldde het CBS, dat de levensverwachting maar een halve week gestegen was (naar 20,75 jaar.

Dit is de AOW-leeftijd tot en met 2025:
in 2020 en 2021 is de AOW-leeftijd 66 jaar + 4 maanden
in 2022 is de AOW-leeftijd 66 jaar + 7 maanden
in 2023 is de AOW-leeftijd 66 jaar + 10 maanden
in 2024 is de AOW-leeftijd 67 jaar
in 2025 is de AOW-leeftijd 67 jaar.

Vanaf 2025 wordt de AOW-uitkering gekoppeld aan de levensverwachting. Ben je geboren na 31 december 1959? Met andere woorden, word je 67 jaar op/na 1 januari 1960? Dan is je AOW-leeftijd nog niet bekend, omdat deze afhangt van de eventuele stijging van de levensverwachting. Als je op de site van de Sociale Verzekeringsbank (svb), die de AOW uitvoert, je geboortedatum invult, zie je wat je geschatte AOW-leeftijd volgens het Pensioenakkoord is.

Hoeveel krijg je?

De AOW is gekoppeld aan het nettominimumloon. Daarnaast hangt het er van af of je alleenstaande bent, met of zonder kinderen, en of je een partner hebt.

Voor de bedragen verwijs ik je graag naar de site van de svb.

 


Bij overlijden: de Anw

Wie krijgt Anw?
Je partner. Als je tenminste in Nederland woonde of werkte, kostwinner was en overlijdt. En je partner daarna geen of tekort inkomen heeft. Het maakt niet uit of je partner met je getrouwd was of samenwoonde. Daarnaast zijn er nog enkele speciale groepen van wie de partner ook Anw kan aanvragen.

Verder zijn er enkele strenge eisen om een Anw-uitkering te krijgen. Twee van de volgende eisen moeten voor je partner gelden om een Anw-uitkering te krijgen:

  • Je partner mag nog niet de AOW-leeftijd hebben bereikt. En:
  • Op de dag van jouw overlijden zorgde je partner voor een ongehuwd kind jonger dan 18 jaar, of was zwanger. Of:
  • Op de dag van jouw overlijden was je partner 45% of meer arbeidsongeschikt.

Conclusie: het aantal partners dat een Anw-uitkering kan aanvragen is heel beperkt.

 

Welke Anw-uitkeringen zijn er?

De Anw regelt niet alleen maar een uitkering aan je partner. Er zijn drie soorten uitkeringen uit de Anw:

  • De nabestaandenuitkering, voor bovenstaande partners.
  • Een wezenuitkering, voor wezen van wie beide ouders zijn overleden.
  • Een verzorgingsuitkering, als jij na het overlijden van je partner gaat samenwonen met iemand die intensieve zorg ontvangt. Of als je gaat samenwonen met een nabestaande die intensieve zorg ontvangt.

Hoeveel krijgt je partner?
De Anw-uitkering is maximaal 70% van het nettominimumloon. Daarnaast is er een ‘inkomenstoets’. Hoeveel Anw-uitkering je partner krijgt, hangt af van zijn/haar inkomen na jouw overlijden. Als je partner inkomen heeft, wordt dat geheel of voor een deel gekort op zijn/haar Anw-uitkering. Vanaf een bepaalde hoogte van eigen inkomen krijgt je partner helemaal geen Anw-uitkering meer.

Voor de bedragen verwijs ik je graag naar de site van de svb.

 

Wat is een Anw-hiatenverzekering, of Nabestaanden-overbruggingspensioen?

De voorloper van de Anw was de AWW (Algemene Weduwen- en wezenwet). Die is in 1996 vervangen door de Anw. Sinds die tijd is het aantal mensen dat nog een nabestaanden-uitkering kan aanvragen heel beperkt, vanwege de strenge eisen in de Anw. En wordt een inkomen van je partner ook nog helemaal of voor een deel gekort op de Anw-uitkering. Vanaf een bepaald inkomen krijgt je partner helemaal geen Anw-uitkering meer. De vervanging van de AWW door de Anw heeft dus een gat geslagen in het aantal mensen dat een uitkering kan aanvragen en in de hoogte van de uitkering.

Na jouw overlijden valt (een deel van) het inkomen voor je partner weg. Weliswaar is er dan soms een Anw-uitkering van de overheid en vaak een uitkering van partnerpensioen uit de pensioenregeling van de werkgever. Maar veel werkgevers vinden zorg voor hun werknemers heel belangrijk en hebben daarom in hun pensioenregeling een extra pensioen opgenomen. Dit pensioen is bedoeld om een tekort aan inkomen van je partner op te vangen als jij (als hun werknemer) overlijdt. Het zijn de Anw-hiatenverzekering of het Nabestaanden-overbruggingspensioen.

  • Simpel gezegd is een Anw-hiatenverzekering een verzekering om het verschil tussen het oude en het nieuwe inkomen van je partner na jouw overlijden op te heffen. Er wordt gekeken naar het verschil tussen het netto maandinkomen dat je partner zou willen hebben en zijn/haar werkelijke situatie.
  • Een Nabestaanden-overbruggingspensioen is anders. Voor de meeste werknemers met een partner is vaak al partnerpensioen verzekerd in de pensioenregeling bij de werkgever. In het Nabestaanden-overbruggingspensioen is een bepaald vast bedrag verzekerd dat voor iedere werknemer van die werkgever gelijk is. Het is bestemd als extra inkomen voor je partner na jouw overlijden, bovenop het partnerpensioen.
    De uitkering uit het Nabestaanden-overbruggingspensioen telt niet mee als inkomen bij de inkomenstoets van de Anw. Je partner kan na jouw overlijden dus nog steeds een Anw-uitkering aanvragen als hij/zij voldoet aan de eisen van de Anw. Zonder op die uitkering gekort te worden omdat hij/zij een uitkering van Nabestaanden-overbruggingspensioen ontvangt.

Check je UPO om te zien of jij ook zo’n extra pensioen hebt.

Of dat je zelf nog iets moet doen voor je partner.


 

Door naar
‘Start: Wat is pensioen?’
Terug naar
huis (‘Home’)