Welkom! op PensioenGenieten.nl, pensioen in helder Nederlands!

Uitleg: UPO



UPO is een afkorting en staat voor Uniform Pensioen Overzicht.
        • Een UPO is een overzicht van pensioen via de werkgever. Je krijgt per werkgever minimaal één UPO.
        • Van de overheid krijg je geen UPO’s.
        • Van pensioen dat je zelf privé hebt afgesloten, krijg je ook geen UPO’s.

 

©Pensioenfederatie en Verbond van Verzekeraars: het logo, de iconen en formats van UPO en Pensioen 1-2-3 zijn eigendom van Pensioenfederatie en Verbond van Verzekeraars, Den Haag.

 


Hoe vaak krijg je een UPO?

  • Deelnemers’ krijgen elk jaar dit overzicht. Vóór 1 oktober van elk jaar moet je het hebben ontvangen of moet het klaar staan op de website van het pensioenfonds of de verzekeraar.
    Je bent deelnemer wanneer je als werknemer pensioen opbouwde via de werkgever in de periode waar het UPO over gaat. Verzekeraars en pensioenfondsen noemen een ‘deelnemer’ in vaktaal ook wel een ‘actieve’ of ‘actieve deelnemer’.

Voorbeeld: je werkte in 2025 bij werkgever ‘x’. Je ontvangt een UPO als ‘deelnemer’.

  • Gewezen deelnemers’ krijgen één keer per vijf jaar dit overzicht. Het UPO staat ook digitaal elk jaar voor je klaar op de website van de verzekeraar of pensioenfonds.
    Je bent ‘gewezen deelnemer’ wanneer je uit dienst was en geen pensioen (meer) opbouwde via de werkgever in de periode waar het UPO over gaat.
    Voorbeeld: je werkte in 2024 bij werkgever ‘x’. Sinds 2025 werk je bij werkgever ‘y’. Voor het pensioen van werkgever ‘x’ ben je ‘gewezen deelnemer’ en ontvang je één keer per vijf jaar een UPO. En het staat elk jaar digitaal voor je klaar op de website van de verzekeraar of pensioenfonds. Voor het pensioen van werkgever ‘y’ ben je ‘deelnemer’ en krijg je een UPO als ‘deelnemer’.
  • Pensioengerechtigden’ krijgen elk jaar dit overzicht. Je bent ‘pensioengerechtigde’ wanneer je pensioen ontvangt in de periode waar het UPO over gaat. Dat kan pensioen zijn vanwege ouderdom (ouderdomspensioen), maar ook vanwege andere oorzaken. Bijvoorbeeld omdat je nabestaande bent van iemand die bij een werkgever pensioen opbouwde. Of omdat je arbeidsongeschikt bent en arbeidsongeschiktheidspensioen uit de pensioenregeling van je werkgever ontvangt.
    Voorbeeld 1: je werkte tot en met 2024 bij werkgever ‘x’. In 2025 ben je met pensioen gegaan en is je ouderdomspensioen uit de pensioenregeling van je werkgever ingegaan. Je ontvangt een UPO als ‘pensioengerechtigde’.

Voorbeeld 2: je echtgenoot of echtgenote bouwde pensioen op bij werkgever ‘x’ en is inmiddels overleden. In 2025 ontving je partnerpensioen uit de pensioenregeling van de werkgever van je echtgenoot of echtgenote. Je ontvangt een UPO als ‘pensioengerechtigde’.


 

Waarom krijg ik meerdere UPO’s van dezelfde verzekeraar of pensioenfonds?

Vóór de overheid begon te schuiven met de AOW-leeftijd, ging vrijwel iedereen op z’n 65e met pensioen. Intussen is de fiscale pensioenleeftijd verschoven via 67 naar 68. Pensioen dat al was opgebouwd tot het moment dat de verzekeraar of pensioenfonds ‘over’ ging naar de nieuwe pensioenleeftijd (67 of 68), blijft staan en verandert niet meer. Nieuw pensioen, met ingangsleeftijd 67 of 68, wordt opgebouwd op een nieuwe polis. Dan zijn er twee mogelijkheden:

  • of je krijgt één UPO met daarop bij het kopje ‘Ouderdomspensioen’ de tekst:

U ontvangt:

vanaf uw 65e zolang u leeft:  bedrag ‘x’

vanaf uw 67e zolang u leeft: bedrag ‘y’

en vanaf uw 68e zolang u leeft:  bedrag ‘z’

  • of je krijgt twee UPO’s:
    • Op UPO 1 staat het pensioen dat al is opgebouwd met pensioenleeftijd 65 en dat niet meer verandert.
    • Op UPO 2 staat het pensioen dat je nu opbouwt, met pensioenleeftijd 67 of 68.

 

Verzending van UPO’s

Dit kan op verschillende manieren gebeuren:

  • Per post. Je krijgt je UPO op papier thuisgestuurd.
  • Per e-mail. Je krijgt via je e-mailadres een aankondiging dat je UPO als elektronisch bestand (bijvoorbeeld een pdf) is klaargezet op een website (portaal) van de verzekeraar of pensioenfonds. Daar kan je dan naar toe om je UPO te bekijken en/of te downloaden of printen.
  • Per brief of andere vorm. Je krijgt een brief of iets anders, bijvoorbeeld een kaartje, thuisgestuurd. Dat is een aankondiging dat je UPO als elektronisch bestand (pdf) is klaargezet op een website (portaal) van de verzekeraar of pensioenfonds. Daar kan je dan naar toe om je UPO te bekijken en/of te downloaden of printen.

 

Wat zie je staan op je UPO?

Titel: bijvoorbeeld “Uniform Pensioenoverzicht 2026, stand per 31-12-2025

  • “2026” is het jaar waarin het UPO aan je is verzonden.
  • “Stand per 31-12-2025″ wil zeggen de stand van het pensioen op de laatste minuut van het jaar 2025.
    Als er staat “Stand per 1-1-2026″ dan is het feitelijk de stand op de laatste minuut van het jaar 2025.

Blokken met icoontjes ervoor:

Het hangt af van jouw pensioenregeling welke blokken er getoond worden op je UPO.

  • Sommige blokken zijn verplicht, andere niet.
  • Sommige blokken worden alleen getoond bij actieve deelnemers (werknemers die nu pensioen opbouwen) en sommige blokken alleen bij gewezen of pensioengerechtigde deelnemers.
  • Sommige blokken worden alleen getoond bij beleggingspensioenen.
  • Sommige blokken of teksten worden alleen getoond bij beleggingspensioenen onder het nieuwe pensioenstelsel (Wtp).

Voor jouw gemak heb ik alle blokken hieronder beschreven, ongeacht of jij ze op je UPO hebt staan of niet.

 


Uw persoonlijke gegevens

Daarin staan:

  • Je voorletters en achternaam (en mogelijk of je man of vrouw bent, bijvoorbeeld “mevrouw V.O.O.R.. Naam”
  • Je geboortedatum
  • De werkgever via wiens pensioenregeling dit pensioen is opgebouwd
  • “….overeenkomst nr. …..” Dit is het soort pensioenregeling (er zijn meerdere Soorten pensioenregelingen) en het nummer van de pensioenregeling bij de verzekeraar of pensioenfonds
  • Uw polisnummer ….. Dit is je polisnummer binnen de pensioenregeling van de werkgever.

 


Uw partner

Hier staan de gegevens van je (eventuele) partner.

  • Als de naam en/of geboortedatum bekend is/zijn, kan/kunnen deze worden ingevuld.
  • Heb je duidelijk gemeld dat je geen partner hebt? Dan staat er “Geen partner”.
  • Heb je wel een partner maar is dit niet bekend bij de verzekeraar of het pensioenfonds, dan staat er “Geen partner bekend”. Meld dan je partner direct aan bij je werkgever, de verzekeraar of het pensioenfonds!

 

Wie is ‘partner’ in je pensioenregeling?

Dat staat heel precies in je pensioenreglement, meestal in een apart hoofdstuk ‘Definities’.

Check je eigen pensioenreglement om te zien welke definitie daar staat!


Uw pensioengegevens

  • Pensioenuitvoerder: dit is de instantie die de pensioenregeling uitvoert (het pensioen verzekert), bijvoorbeeld de verzekeraar of het pensioenfonds.
  • Soort pensioenregeling: Hier staat het soort pensioenregeling (er zijn meerdere soorten pensioenregelingen). Er moet dus staan of het een ‘uitkeringsovereenkomst‘ is, zoals Middelloon of Eindloon, of een ‘Premieovereenkomst’. Als het een pensioenregeling volgens het nieuwe pensioenstelsel (Wtp) is, dan moet er ook staan of het een Flexibele premieovereenkomst, een Premie-uitkeringsovereenkomst of een Solidaire premieovereenkomst is. En er moet aan worden gegeven of het een bruto of netto regeling is.
  • Datum in dienst: de datum dat je bij je werkgever in dienst kwam. Dat wil zeggen, de datum die door je werkgever is opgegeven aan de verzekeraar of het pensioenfonds.
  • Datum start deelname: de datum dat je ging deelnemen aan de pensioenregeling. Dat is niet altijd de datum waarop je in dienst kwam bij je werkgever. Bijvoorbeeld als je op je 18e in dienst kwam bij je werkgever, terwijl je pas op zijn vroegst vanaf je 21e kon deelnemen aan de pensioenregeling.
  • Pensioenleeftijd in uw regeling  of  Leeftijd waarop het pensioen is berekend: de pensioenrichtleeftijd in de pensioenregeling. Dit is de leeftijd die in het reglement staat om met pensioen te gaan.
  • Leeftijd waarop u uw pensioen wilt laten ingaan: dit wordt alleen afgedrukt als je dit hebt doorgegeven aan je pensioenuitvoerder.
  • Parttimepercentage: in verhouding tot een volledig dienstverband.
  • Uw pensioengevend salaris: hier staat het bedrag dat je werkgever als loon over het betreffende jaar heeft opgegeven aan de verzekeraar of pensioenfonds. Hier zit een maximum aan.
  • Deel van uw salaris waarover geen pensioenpremie wordt betaald: hier staat het bedrag van de AOW-franchise. Bij excedent-regelingen (dat zijn aanvullende pensioenregelingen bovenop het pensioen bij een verplicht Bedrijfspensioenfonds, die vaak maar tot een maximum salaris pensioen opbouwen) staat hier het maximale loon waarover je bij het Bedrijfspensioenfonds pensioen kunt opbouwen.
  • Deel van uw salaris waarover wel pensioenpremie wordt betaald: hier staat het bedrag van je pensioengrondslag.
  • Totale premie (eventueel in procenten) voor uw pensioen in jaar <eejj>:
  • Premie (eventueel in procenten) die uw werkgever betaalde in jaar <x>: het deel van de totale jaarpremie die je werkgever heeft betaald aan de verzekeraar of het pensioenfonds.
  • Premie (eventueel in procenten) die u zelf betaalde in jaar <x>: het deel van de totale jaarpremie dat jij zelf betaalde als eigen bijdrage. Hier staat ofwel een bedrag, ofwel een percentage van je pensioengrondslag. Maar vaak weet de pensioenuitvoerder niet hoeveel jouw eigen bijdrage was. Want dat is in feite een zaak tussen werkgever en werknemer. In dat geval staat er: “Zie loonstrook”. Je kunt dan zelf de pensioenpremies bij elkaar optellen die volgens je loonstroken over het betreffende jaar zijn ingehouden op je loon.
  • Beschikbare premie: bij Beschikbare-premieregelingen staat hier ofwel het bedrag van de premie dat beschikbaar is gesteld voor de opbouw van je pensioen, ofwel het percentage van je pensioengrondslag.
  • Premie die door de pensioenuitvoerder is betaald in jaar <x> vanwege arbeidsongeschiktheid: een premiebedrag of een percentage. Dit gaat over arbeidsongeschikte deelnemers die geheel of gedeeltelijk nog pensioen opbouwen zonder dat zij of de werkgever hier nog voor betalen, de zogenoemde ‘premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid.’
  • Premie vanwege compensatieregeling <tot einddatum>: dit gaat over compensatie binnen de pensioensfeer die wordt toegekend aan deelnemers die vanwege de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel (Wtp) nadeel ondervinden. Compensatie kan binnen de flexibele premieovereenkomst worden vormgegeven als een (tijdelijke) verhoging van de premie bedoeld voor kapitaalsopbouw. Hoe hoog de compensatiepremie is hoeft wettelijk niet getoond te worden en is optioneel.
  • Percentage jaarlijkse pensioenopbouw: bij Middelloon- en Eindloonregelingen staat hier het jaarlijkse opbouwpercentage.
  • Partnerpensioen % van het pensioengevend salaris of de pensioengrondslag: bij beschikbare-premieregelingen staat hier het percentage partnerpensioen van (nieuwe pensioenstelsel, Wtp) het pensioengevend salaris of (oude pensioenstelsel) de pensioengrondslag.
  • Wezenpensioen % van het pensioengevend salaris of de pensioengrondslag: bij beschikbare-premieregelingen staat hier het percentage partnerpensioen van (nieuwe pensioenstelsel, Wtp) het pensioengevend salaris of (oude pensioenstelsel) de pensioengrondslag.
  • Als er in de pensioenregeling nog andere dekking mogelijk zijn waarvan de hoogte afhankelijk is van een percentage van het salaris of de pensioengrondslag, dan moeten deze hier ook vermeld worden.

 


 

 

 

 

Goed om te weten

In dit blok worden een of meerdere dingen genoemd die veranderd zijn ten opzichte van het voorgaande jaar. Bijvoorbeeld een relevante wijziging van het soort regeling, de reglementaire pensioenleeftijd, de franchise en de premie.

Deze tekst hoeft overigens niet per sé op het UPO te staan, het mag ook in een voorbrief of e-mail bij het UPO.

 


Oude of nieuwe pensioenstelsel (Wtp, Wet toekomst pensioenen)?

Pensioenuitvoerders of werkgevers die nog overgaan op een pensioenregeling volgens het nieuwe pensioenstelsel onder de Wet toekomst pensioenen (Wtp) (een solidaire of flexibele premieregeling), moeten in het UPO duidelijk maken of er wel of geen rekening is gehouden met (de gevolgen van) de overgang naar de nieuwe pensioenregeling. Dit geldt ook voor de situatie waarin de overgang heeft plaatsgevonden na de peildatum van het UPO.

  • Is dit pensioenoverzicht gebaseerd op het nieuwe pensioenstelsel, volgens de regels van de Wtp? Dan moet er staan: “Uw pensioenregeling is vanaf <overgangsdatum> gewijzigd. Hiermee is <wel><geen> rekening gehouden in dit pensioenoverzicht.”
  • Is dit pensioenoverzicht nog gebaseerd op het oude pensioenstelsel? Dan moet er staan: “Uw pensioenregeling wijzigt <op korte termijn> vanwege nieuwe wettelijke regels voor pensioen. Hiermee is <wel><geen> rekening gehouden in dit pensioenoverzicht. Gaat u uit dienst of met pensioen voordat de nieuwe pensioenregeling gaat gelden? Dan <heeft dat invloed><kan dat invloed hebben> op uw pensioenopbouw.”

 


 

 

 

 

Uw pensioen bij arbeidsongeschiktheid

Dit blok wordt alleen afgedrukt als je arbeidsongeschikt bent en de betaling van de premie voor je pensioen helemaal of voor een deel is overgenomen door de pensioenuitvoerder. En:

  • Of je geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt bent;
  • Of je nog bij deze werkgever werkt;
  • Of je geheel of voor een deel nog pensioen blijft opbouwen;
  • Of het partner- en wezenpensioen voor dat deel nog verzekerd blijft, eventueel ook als je uit dienst bent van deze werkgever;
  • Of je pensioenopbouw en/of de verzekering van partner- en wezenpensioen verandert als je meer of minder arbeidsongeschikt wordt.

 


 

 

 

 

Goed om te weten

In dit blok wordt aan arbeidsongeschikten informatie gegeven. Ruimte voor relevante mededelingen.

 


Bij regelingen onder het oude pensioenstelsel: Welk pensioen heeft u opgebouwd? 

Ouderdomspensioen

Op het UPO wordt het pensioen vermeld dat je al hebt opgebouwd én het te bereiken ouderdomspensioen als je bij deze werkgever blijft tot je met pensioen gaat op de pensioenrichtleeftijd (dat is de leeftijd die in het pensioenreglement staat om met pensioen te gaan.

 

Bij regelingen onder het nieuwe pensioenstelsel (Wtp):  Wat krijgt u als u met pensioen gaat?

Je vindt hier de volgende zaken:

  • De waarde van je beleggingen voor pensioen;
  • Een inschatting van je pensioen als je pensioenopbouw of deelname aan deze pensioenregeling zou zijn gestopt op de datum van het UPO;
  • Een inschatting van je pensioen als je pensioen blijft opbouwen of blijft deelnemen aan deze pensioenregeling tot de datum die in het pensioenreglement staat om met pensioen te gaan of de zelf gekozen en doorgegeven pensioenleeftijd.

 


 

 

 

 

 

Goed om te weten

In dit blok wordt relevante informatie gegeven over het ouderdomspensioen. Bijvoorbeeld of het pensioenbedrag na ingang vast of variabel is. En informatie over AOW.

 


Wat krijgen uw <eventuele> partner en kinderen als u overlijdt?

Partnerpensioen of

partner- en wezenpensioen

Wat is het verschil?

Bij partner- en wezenpensioen krijgt niet alleen je partner, maar onder voorwaarden ook je kind(eren) pensioen.

 

Van partnerpensioen zijn meerdere vormen:

nnnnnnnnnnPartnerpensioen op opbouwbasis. Dit is het icoontje met jouzelf, je partner en de portemonnee.

nnnnnnnnnnPartnerpensioen op risicobasis. Dit is het icoontje met jouzelf, je partner en de paraplu.

Wat is het verschil? In het kort:

  • Partnerpensioen op risicobasis is verzekerd zolang je bij deze werkgever werkt. Het werkt eigenlijk hetzelfde als een brandverzekering. Er wordt geen waarde opgebouwd in dit partnerpensioen. Ga je uit dienst of met pensioen? Dan vervalt de verzekering van dit partnerpensioen helemaal. Het is dan belangrijk dat je zelf iets regelt voor het geval je overlijdt!

Overlijd je terwijl je in dienst bent bij de werkgever? Dan krijgt je partner elke maand partnerpensioen uitgekeerd. Tot hoelang staat op het UPO. Meestal is het zolang je partner leeft, maar soms tot jouw oorspronkelijke pensioenleeftijd. Dat heet ’tijdelijk partnerpensioen”.

  • Partnerpensioen op opbouwbasis blijft verzekerd als je uit dienst gaat, maar wordt wel (veel) lager. Er wordt waarde opgebouwd in dit partnerpensioen. Ook als je met pensioen gaat, blijft het dan opgebouwde partnerpensioen verzekerd. Tot je overlijdt. Dan gaat het partnerpensioen in, als je dan een partner hebt.

Waarom wordt het pensioen lager als je uit dienst gaat? Als je nog bij deze werkgever werkt, staat op je UPO het partnerpensioen dat je kunt opbouwen tot je met pensioen gaat op de pensioenrichtleeftijd. Je partner krijgt dit bedrag (verdeeld over 12 maanden) als je nu overlijdt. Maar als je uit dienst gaat, kan je een deel van dat bedrag niet meer opbouwen. Want je bent niet meer in dienst. Het bedrag wordt dan verlaagd tot het partnerpensioen dat werkelijk is opgebouwd.

Zie ook verschil tussen pensioen op opbouwbasis of op risicobasis.

nnnnnnnnnnPartner- en wezenpensioen op opbouwbasis. Dit is het icoontje met jouzelf, je partner, je kind en de portemonnee.

nnnnnnnnnnPartner- en wezenpensioen op risicobasis. Dit is het icoontje met jouzelf, je partner, je kind en de paraplu.

Wat is het verschil? In het kort:

  • Partner- en wezenpensioen op risicobasis zijn verzekerd zolang je bij deze werkgever werkt. Het werkt eigenlijk hetzelfde als een brandverzekering. Er wordt geen waarde opgebouwd in deze partner- en wezenpensioenen. Ga je uit dienst of met pensioen? Dan vervallen de verzekeringen van partner- en wezenpensioen helemaal. Het is dan belangrijk dat je zelf iets regelt voor het geval je overlijdt!

Overlijd je terwijl je in dienst bent bij de werkgever? Dan krijgt je partner elke maand partnerpensioen uitgekeerd. Tot hoelang staat op het UPO. Meestal is het zolang je partner leeft, maar soms tot jouw oorspronkelijke pensioenleeftijd. Dat heet “tijdelijk partnerpensioen”. Ook je kind(eren) krijgen elke maand pensioen uitgekeerd, maar daar is een voorwaarde aan. Het kind moet bijvoorbeeld jonger dan 18 of 21 jaar zijn. Of jonger dan 27 of 30 als het kind studeert of arbeidsongeschikt is. Onder het nieuwe pensioenstelsel (Wtp) is dat altijd leeftijd 25.

  • Partner- en wezenpensioen op opbouwbasis blijven verzekerd als je uit dienst gaat, maar worden wel (veel) lager. Ook als je met pensioen gaat, blijven de dan opgebouwde partner- en wezenpensioenen verzekerd. Tot je overlijdt. Dan gaan de partner- en wezenpensioenen in, als je dan een partner en/of kind(eren) hebt. Voor kinderen gelden wel de leeftijdsvoorwaarden die hierboven staan.

Waarom worden de pensioenen lager als je uit dienst gaat? Als je nog bij deze werkgever werkt, staat op je UPO het partner- en wezenpensioen dat je kunt opbouwen tot je met pensioen gaat op de pensioenrichtleeftijd. Je partner en kind(eren) krijgen deze bedragen (verdeeld over 12 maanden) als je nu overlijdt. Maar als je uit dienst gaat, kan je een deel van dat bedrag niet meer opbouwen. Want je bent niet meer in dienst. De bedragen worden dan verlaagd tot het partner- en wezenpensioen dat werkelijk is opgebouwd.

Zie ook verschil tussen pensioen op opbouwbasis of op risicobasis.

Let op

Let op: Hier staat alleen het partnerpensioen als je overlijdt vóór je pensioenrichtleeftijd!

Het partnerpensioen bij overlijden na je pensioenrichtleeftijd staat hier niet. Een waarschuwing die je daar op attent maakt moet er bij staan.

 

 


 

 

 

 

Goed om te weten

In dit blok wordt relevante informatie gegeven over het partner- en wezenpensioen. Bijvoorbeeld over vaste of variabele pensioenuitkeringen of eventuele vrijwillige voortzetting van de pensioenverzekering na uitdiensttreding.
Voor deelnemers met een pensioenregeling volgens het nieuwe pensioenstelsel (Wtp) kan het bijvoorbeeld informatie zijn over eerbiedigende werking. Zo kan er vanuit de vorige pensioenregeling onder het oude pensioenstelsel met middelloon of eindloon een deel geëerbiedigd pensioen voor de nabestaanden zijn, met dekking van het partner- en wezenpensioen op opbouwbasis.

 


Wat krijgt u als u arbeidsongeschikt wordt?

Premievrijstelling bij Arbeidsongeschiktheid (PVA)

Premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid is eigenlijk niet een ‘echte’ pensioenvorm. Want een pensioen keert geld uit. Premievrijstelling bij Arbeidsongeschiktheid, meestal afgekort tot ‘PVA’, doet dat niet. PVA is een extra verzekering bovenop de andere verzekerde pensioenvormen. Je werkgever (en misschien ook jijzelf als je een eigen bijdrage hebt in de kosten van het pensioen) betaalt hier een beetje extra premie voor, bovenop de pensioenvorm waarbij de PVA wordt verzekerd. Zo is de premie voor ouderdomspensioen met PVA een beetje hoger dan de premie voor ouderdomspensioen zonder PVA.

PVA wordt heel vaak meeverzekerd in pensioenregelingen. Soms mag de werkgever niet eens kiezen om geen PVA mee te verzekeren.

Wat doet PVA?

Ben je in dienst van je werkgever? En kan je als gevolg van ziekte of een gebrek gedeeltelijk of helemaal niet meer werken? En na de wachttijd van de WIA (meestal twee jaar) nog steeds niet? Dan zorgt PVA er voor, dat de opbouw van je pensioen gewoon doorgaat, zonder dat jij of de werkgever daar nog iets voor betalen. Naar gelang de mate van je arbeidsongeschiktheid natuurlijk. Hoe meer arbeidsongeschikt, hoe minder je werkgever en jij nog zelf betalen.

PVA gaat meestal door tot je pensioenrichtleeftijd, je eerdere AOW-leeftijd, of natuurlijk op de eerdere datum dat je weer beter bent. Is er geen arbeidsongeschiktheidspensioen verzekerd voor je? Dan stopt PVA uiterlijk op je AOW-leeftijd als die eerder is dan je pensioenrichtleeftijd. Is er wel arbeidsongeschiktheidspensioen voor je verzekerd? Dan stopt PVA op je pensioenrichtleeftijd van het reglement.
Ook wordt er meestal rekening mee gehouden als je mate van arbeidsongeschiktheid verandert. Stel dat eerst de volledige PVA was toegekend door de pensioenverzekeraar of het bedrijfspensioenfonds, omdat je volgens het UWV 100% arbeidsongeschikt was. En dat je tussentijds een beetje beter wordt en (volgens het UWV) teruggaat naar 50% arbeidsongeschikt. Dan gaat ook de PVA naar 50%. Voor de andere 50% word je geacht weer beter te zijn. Die kunnen je werkgever en/of jij dan weer zelf betalen.

 

Arbeidsongeschiktheidspensioen

Word je ziek? En na twee jaar ziekte zelfs (helemaal of voor een deel) arbeidsongeschikt verklaard? Dan kom je in de WIA of de WGA terecht. Daar bovenop geven sommige werkgevers een extra pensioenuitkering. Dat heet arbeidsongeschiktheidspensioen.  Dit pensioen gaat in als je na twee jaar ziekte helemaal of voor een deel arbeidsongeschikt wordt verklaard door het UWV. Dat is het Uitvoeringsorgaan Werknemersverzekeringen. Deze beoordeelt of, en in welke mate, je arbeidsongeschikt bent. De meeste verzekeraars en pensioenfondsen gaan uit van de beschikking die het UWV afgeeft over je arbeidsongeschiktheid. Van belang zijn:

  • De ingangsdatum van je arbeidsongeschiktheid. De twee jaar wachttijd (dat is de twee jaar dat je ziek bent voordat je een WIA/WGA uitkering kunt krijgen) is namelijk de standaard, maar hoeft niet altijd precies twee jaar te duren. Soms is het korter.
  • De mate waarin je arbeidsongeschikt bent. Het UWV kent zogenoemde ‘klassen’ van arbeidsongeschiktheid. Elke klasse heeft zijn eigen percentage uitkering. Hoe hoger de klasse van arbeidsongeschiktheid waarin je bent ingedeeld, hoe hoger de uitkering.

 

 

 

 

Goed om te weten

In dit blok wordt relevante informatie gegeven over premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid en het eventueel meeverzekerde Arbeidsongeschiktheidspensioen. Bijvoorbeeld dat de hoogte kan veranderen als je meer of minder arbeidsongeschikt wordt verklaard door het UWV. Of dat de einddatum van PVA of de uitkering van het arbeidsongeschiktheidspensioen eerder is dan de ingangsdatum van je AOW, omdat die laatste datum kan verschuiven.

 


 

 

 

 

Hoe zeker is uw pensioen <bij pensionering><nadat het is ingegaan>?

In dit blok vind je twee of drie onderdelen:

  1. Het risico dat je loopt. Het gaat er om, of de hoogte van je pensioenuitkering zeker is of niet.
  2. Verhoging pensioen. Dit gaat over al of niet indexeren van je pensioen (middelloon/eindloon, of bij meeverzekerde stijgingen van partner-, wezen- of arbeidsongeschiktheidspensioen).
  3. Alleen als het van toepassing is: Verlaging pensioen. Dit kan als de dekkingsgraad van het pensioenfonds te laag is, of bij variabele pensioenuitkeringen als daarvoor is gekozen. Ook kan het verwachte pensioen lager worden als het heel erg tegenzit met beleggen of economsiche omstandigheden.

Hier wordt gemeld dat de inschatting van je te verwachten pensioen zoals weergegeven in dit UPO ieder jaar verandert. Dit komt door veranderingen in uw persoonlijke situatie en keuzes die je zelf maakt; en/of veranderingen in de premie die wordt ingelegd; en/of beleggingsrendementen en veranderingen in de rente: het kan mee- of tegenzitten, en veranderingen in het tarief voor het kopen van je pensioenuitkering.

De hoogte van uw pensioen is zeker / niet zeker

Hier lees je welk risico je loopt dat de hoogte van je pensioen op de pensioenrichtleeftijd zeker is. Dus dat de hoogte al bekend is en niet afhankelijk is van onzekere factoren.

  • Middelloon/Eindloon: zeker

Bij Middelloon- en Eindloonregelingen bij verzekeraars is de hoogte meestal zeker (er zijn enkele uitzonderingen, bijvoorbeeld CDC-regelingen). De pensioentoezegging van je werkgever is een pensioen van een bepaalde hoogte. Die hoogte wordt berekend met een formule. Op je UPO vind je terug welk ouderdomspensioen je al hebt opgebouwd en wat je totaal kunt bereiken als je bij deze werkgever blijft werken tot je pensioenrichtleeftijd.

Bij een pensioenfonds is de hoogte van een middelloon- of eindloonpensioen niet zeker. Zie hieronder bij “Pensioenfondsen: niet zeker.”

  • Beschikbare-premie (ook regelingen volgens het nieuwe pensioenstelsel onder de Wtp): niet zeker 

Bij Beschikbare-premieregelingen is de hoogte van je pensioen niet zeker. Ongeacht of je pensioen is verzekerd bij een verzekeraar of bij een pensioenfonds. De pensioentoezegging van je werkgever is een premie. Je bouwt daarmee een kapitaal of een beleggingswaarde op. Beleggingen kunnen meezitten of tegenzitten. Op je pensioendatum koop je met je beleggingswaarde een ouderdomspensioen dat direct ingaat, en een partnerpensioen dat pas ingaat als je overlijdt. Hoeveel je kunt kopen van je opgebouwde beleggingswaarde hangt af van de tarieven van de verzekeraar op de pensioendatum, de rekenrente op de pensioendatum en de levensverwachting op dat moment. Ofwel: de inleg staat vast, de uitkomst is niet zeker.

  • Pensioenfondsen: niet zeker

Bij pensioenfondsen is de hoogte van je pensioen ook niet zeker. Ongeacht of je een middelloon/eindloonregeling of een beschikbare-premieregeling hebt. Je loopt kans dat je pensioenaanspraak of je uitkering wordt verlaagd als de dekkingsgraad te laag is. Dat noemen ze ‘afstempelen’. Meer daarover lees je bij de ‘Dekkingsgraad’ op de pagina ‘Pensioen 1-2-3‘.

 


 

 

 

 

Goed om te weten

In dit blok wordt relevante informatie gegeven over hoe zeker de hoogte van je pensioen is. Bijvoorbeeld of er bij deze inschatting wel of geen rekening is gehouden met een stijging van de prijzen in de toekomst. En of het pensioen na ingang wel of niet wordt verhoogd. En waar je een actuele inschatting kan vinden.

 


 

Wat als het heel erg mee- of tegenzit?

Dit gaat over de toekomstige koopkracht van je pensioen.

Hierover heb ik een afzonderlijke pagina met uitleg gemaakt: zie ‘Uitleg: Koopkracht en inflatie’.

 


 

 

 

 

 

Verhoging pensioen

Hierover heb ik een afzonderlijke pagina met uitleg gemaakt: Uitleg: indexatie.

 


Hoe heeft de waarde van uw pensioen zich ontwikkeld in [jaar]?

 

 

 

 

Heb je een beleggingspensioen (altijd onder het nieuwe pensioenstelsel (Wtp))? Dan vind je hier de waarde van je beleggingen. Bijvoorbeeld door inleg door je werkgever, inleg door jezelf, eventuele extra inleg vanwege een compensatieregeling (Wtp), inleg door de pensioenuitvoerder vanwege arbeidsongeschiktheid, ontvangen waardeoverdracht (pensioen van een vorige werkgever, enzovoorts.

 

 

 

 

 

 

Bij- en afschrijvingen in [jaar] door kosten en rendement

Je pensioenfonds of verzekeraar maakt kosten om de pensioenregeling te kunnen uitvoeren. Hebben die kosten invloed op het op te bouwen pensioen? Dan staat hier hoeveel kosten er gemaakt worden per deelnemer aan deze pensioenregeling. Hebben de kosten geen invloed? Dan hoeft het hele blok ‘Kosten’ niet op je UPO te staan.

Ook staat hier de opbrengst van de beleggingen en eventuele inhoudingen aan of bijschrijvingen uit de risicodelingsreserve of solidariteitsreserve.

 

De som van inleg, kosten en rendement geeft aan het eind van dit blok de waarde van de beleggingen voor je pensioen op <datum>.

 

 

 

 

 

Hoe staat het ervoor?

Bij pensioenregelingen onder het nieuwe pensioenstelsel (Wtp) staat hier hoeveel er vanaf een bepaalde datum in het verleden, bijvoorbeeld vanaf de start van de Wtp-pensioenregeling voor je is ingelegd, en wat de opbrengst is van die datum tot en met de datum van dit UPO. De startdatum kan ook eerder zijn, als de pensioenuitvoerder de waarde uit bepaalde oudere regelingen er bij opgeteld heeft.


 

 

 

 

Goed om te weten

In dit blok staat waar je uitleg kan vinden over de begrippen rond de waardeontwikkeling van je pensioen en een toelichting op de ontwikkelingen. Ook wordt hier extra informatie gegeven over een eventuele gezamenlijke buffer om samen met alle deelnemers en uitkeringsgerechtigden van de pensioenregeling financiële mee- en tegenvallers op te vangen. En eventueel iets over kosten.

 


Wanneer moet u in actie komen?

 

 

 

 

 

 

 

 

Als een icoontje zoals hierboven staat, wordt getoond op je UPO, dan moet je zelf in actie komen:

  1. Als je een partner krijgt
  2. Als je uit elkaar gaat
  3. Als je situatie verandert, bijvoorbeeld als je meer of minder gaat werken, waardoor je meer of minder pensioen gaat krijgen
  4. Als je van baan wisselt
  5. Als je uit dienst gaat, werkloos wordt of in de Ziektewet terecht komt
  6. Als je arbeidsongeschikt wordt
  7. Als je met pensioen gaat.

Neem dan contact op met je pensioenuitvoerder.

 


 

 

 

 

Wtp: Als je je pensioen wilt aanvullen met lijfrentes: Gebruikte jaarruimte uit deze pensioenregeling in [jaartal van vorig jaar]

Pre-Wtp: Pensioenaangroei (Factor A) in (jaartal van vorig jaar)

Dit is een belangrijk getal als je privé een aanvullende verzekering zoals een lijfrente of een aanvulling bij arbeidsongeschiktheid hebt gesloten en de premies daarvan wilt aftrekken van de belasting.
De Belastingdienst heeft informatie over het berekenen van de jaarruimte. De informatie kan je hier vinden: Jaarruimte voor aftrek van lijfrentepremies: hoe bereken ik dat?

  • De gebruikte jaarruimte/Factor A gaat wel over de aangroei van ouderdomspensioen dat je opbouwde bij je werkgever in een bepaald jaar.
  • De gebruikte jaarruimte/Factor A gaat niet over de aangroei van andere pensioenen dan ouderdomspensioen. Bij UPO’s over andere pensioenen, bijvoorbeeld alleen partnerpensioen of nabestaanden-overbruggingspensioen, is de Factor A nul. Sommige verzekeraars of pensioenfondsen laten in dat geval de Factor A helemaal weg.
  • De gebruikte jaarruimte/Factor A gaat niet over je eigen bijdrage in de premie voor de pensioenregeling van je werkgever.

Je kunt maar tot een bepaald bedrag de premies die je privé hebt betaald, aftrekken van de belasting. Het hangt onder meer af van je loon en van de aangroei van je pensioen bij je werkgever. Er zijn twee prachtige formules voor, één voor Middelloon-/Eindloonregelingen en één voor Beschikbare-premieregelingen. Hoe groter de aangroei van je pensioen bij je werkgever (en dus hoe hoger de gebruikte jaarruimte of Factor A), hoe minder premies je nog kunt aftrekken bij je aangifte. Bij het invullen van je aangifte van de belastingdienst rekent het aangifte-programma al uit hoeveel premie je nog maximaal mag aftrekken. Uiteraard mag je bovendien niet méér aftrekken dan je werkelijk aan premies betaald hebt.

Ook is er nog de Lijfrentehulp, een programma van de Belastingdienst.

 

Welke Factor A gebruik je wanneer?

  • We nemen als voorbeeld je ‘Uniform Pensioenoverzicht (UPO) 2026‘.
  • Je UPO 2026 gaat over de pensioenopbouw in 2025. Je Factor A is dus de aangroei van het ouderdomspensioen bij je werkgever in 2025.
  • Deze gebruik je op je aangifte Inkomstenbelasting (IB) over 2026, die je in 2027 doet. Vóór 1 april of 1 mei 2027 moet die aangifte binnen zijn bij de Belastingdienst.

 


 

 

 

 

Bedrag aan premies betaald in (jaartal van vorig jaar)

Dit onderdeel gaat over het Netto-pensioen. Dat is pensioen dat je kunt opbouwen als je pensioengevend loon meer is dan € 137.800 (2026). Je ziet dit onderdeel alleen op je UPO staan als je (ook) werkelijk een Netto-pensioen hebt verzekerd via je werkgever. Zie de pagina ‘Pensioenvormen’ bij het kopje ‘Netto pensioen’.

De Belastingdienst heeft informatie over het berekenen van de jaarruimte. De informatie kan je hier vinden: Jaarruimte voor aftrek van lijfrentepremies: hoe bereken ik dat?

Verwar het bedrag aan betaalde premies voor nettopensioen niet met de Factor A voor brutopensioen! De Factor A gaat alleen over het ‘normale’ ouderdomspensioen (in een bruto-pensioenregeling, voor loon tot maximaal € 137.800 (2026)).
Bij ‘Netto’ staat het bedrag dat vorig jaar aan premies is betaald voor het netto-pensioen. Bijvoorbeeld: op je UPO 2026 staat het bedrag dat aan premies voor netto-pensioen is betaald in 2025. Je hebt dit bedrag nodig als je wilt berekenen hoeveel fiscale ruimte je hebt om je pensioen aan te vullen met lijfrentes als je pensioengevend loon meer is dan € 137.800 (2026).

 


 

 

 

 

Goed om te weten

In dit blok staat waar je moet kijken voor meer uitleg, en ruimte voor extra mededelingen.

 


Meer weten?

 


 

 

 

 

Wil je een persoonlijk totaaloverzicht?

Hier staat dat je voor een persoonlijk totaaloverzicht terecht kunt op het Pensioenregister van de overheid, ofwel mijnpensioenoverzicht.nl. Hier vind je al je opgebouwde en te bereiken pensioenen van al je werkgevers én je AOW.

 


 

 

 

 

Wilt u meer weten over uw pensioenregeling en de keuzes die u heeft?

Hier staat waar jouw Pensioen 1-2-3 te vinden is. Een zeer nuttig document, dat meestal digitaal te raadplegen is. Het is een soort verkort pensioenreglement. Het gaat over je pensioen van je werkgever. Ook alle keuzes die je hebt in de pensioenregeling staan er. Misschien brengt het je op ideeën.

Het is ‘gelaagd’ opgebouwd. Dat betekent dat het bestaat uit (drie) lagen.

Laag 1: Heel in het kort wat je krijgt, wat je niet krijgt enzovoorts. Je pensioen in vijf minuten. Zeer goed leesbaar. Mag maximaal één A4-tje zijn, dat aan twee kanten is bedrukt.

Laag 2: Toelichting op de onderwerpen uit laag 1. Je pensioen in 30 minuten. Evengoed vaak prima leesbaar.

Laag 3: Het pensioenreglement, het kostenoverzicht en nog andere documenten. Hierin staat heel uitgebreid alles wat je weten wilt. Juridisch waterdicht, maar niet voor iedereen lekker leesbaar. Wel heel belangrijk, want dit is waar je werkgever en de verzekeraar of pensioenfonds van uit gaan en rechten aan ontlenen.

Elk Pensioen 1-2-3 behandelt zeven onderwerpen:
1. Wat krijgt u in deze regeling?
2. Wat krijgt u in deze regeling niet?
3. Hoe bouwt u pensioen op?
4. Welke keuzes heeft u zelf?
5. Hoe zeker is uw pensioen?
6. Welke kosten maakt de verzekeraar of pensioenfonds?
7. Wanneer moet u in actie komen?

 


 

 

 

 

Wilt u meer weten over de beleggingen voor uw pensioen

Hier moet staan waar je beleggingsinformatie in het algemeen kunt vinden en in welke mate de pensioenuitvoerder rekening houdt met maatschappelijk verantwoord beleggen en duurzaamheid. Eventueel staat daar ook het jaarverslag.

 

 


 

 

 

 

Heeft u vragen of wilt u een wijziging doorgeven?

Hier staat in ieder geval de naam van de website van de verzekeraar of pensioenfonds waar dit pensioen verzekerd is. En ook waar je terecht kunt met vragen over je UPO.

 

 


©Pensioenfederatie en Verbond van Verzekeraars: het logo, de iconen en formats van UPO en Pensioen 1-2-3 zijn eigendom van Pensioenfederatie en Verbond van Verzekeraars, Den Haag.


 

Naar pagina
‘Pensioen 1-2-3’
Terug naar Home